Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.[partij B 1],
2.
[partij B 2],
3.
[partij B 3],
1.De procedure
- de akte van [partij B 1]
2.Waar gaat het over?
3.De verdere beoordeling
€ 24.680,15
€ 4.534,00
Rechtbank Overijssel
Deze civiele procedure betreft de vaststelling van de verdeling van een onverdeeldheid die is ontstaan na het overlijden van vader en moeder. Partijen zijn erfgenamen die verdeeldheid hebben over de waardering en verdeling van de nalatenschap, waaronder onroerende zaken en vorderingen.
De rechtbank heeft in een tussenvonnis van 26 februari 2025 reeds enkele knopen doorgehakt en partijen in de gelegenheid gesteld nader te reageren op nieuwe standpunten en producties. Na beantwoording van deze reacties komt de rechtbank tot een eindvonnis.
Belangrijke geschilpunten betroffen het beroep op dwaling over de waardering van de overnamesom in 2014, de omvang van vorderingen op elkaar, en de vraag of kosten ter handhaving van een bouwbestemming als schuld van de nalatenschap kunnen worden aangemerkt. De rechtbank verwerpt het beroep op dwaling omdat geen sprake is van een verdeling in de zin van artikel 3:196 BW Pro, en wijst de vorderingen toe die voldoende zijn onderbouwd.
De omvang en waarde van de onverdeeldheid worden vastgesteld en de verdeling wordt vastgesteld met toedeling van bosgronden aan een partij en toerekening van bedragen aan de andere deelgenoten. De overbedeling van een partij wordt vastgesteld en deze dient dit bedrag aan de boedel te betalen. De rechtbank benoemt een notaris voor de eigendomsoverdracht en een onzijdig persoon om vertegenwoordiging te verzorgen indien partijen niet meewerken. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De rechtbank stelt de verdeling van de onverdeeldheid vast, wijst vorderingen toe en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.