De veroordeelde was bij arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot een taakstraf van 30 uur, met de bepaling dat bij niet-uitvoering vervangende hechtenis van 15 dagen zou volgen. De advocaat-generaal beval de tenuitvoerlegging van de hechtenis omdat de taakstraf niet was verricht. De veroordeelde maakte bezwaar en voerde gezondheidsproblemen aan als reden voor niet-uitvoering.
Tijdens de zitting op 3 september 2025 werd het bezwaarschrift behandeld. De reclassering had meerdere opties aangeboden om de taakstraf alsnog uit te voeren, maar de veroordeelde bleef bij zijn standpunt dat hij daartoe niet in staat was. Hij verliet de zittingszaal voortijdig na frustratie.
De politierechter achtte het reclasseringsadvies betrouwbaar en zag geen reden om de beslissing tot vervangende hechtenis te wijzigen. Er waren geen omstandigheden die het ondergaan van de hechtenis in de weg stonden. Het bezwaarschrift werd ongegrond verklaard en het verzoek tot aanhouding afgewezen.