ECLI:NL:RBOVE:2025:5507

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
9 september 2025
Publicatiedatum
10 september 2025
Zaaknummer
11698390 \ CV EXPL 25-845
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling openstaande premie zorgverzekering toegewezen aan Menzis

In deze civiele procedure vordert Menzis Zorgverzekeraar betaling van openstaande premies over de periode december 2022 tot en met mei 2023 van gedaagde. Gedaagde voert verweer dat de premie reeds is voldaan via loonbeslag en dat er telefonisch is bevestigd dat geen vordering meer openstaat. Menzis betwist deze stellingen en legt uit dat het loonbeslag betrekking had op een andere periode en dat het CAK-beslag eveneens een andere periode betreft.

De kantonrechter stelt vast dat gedaagde na gelegenheid tot reageren niet meer heeft gereageerd op de nadere stukken van Menzis, waaronder een overzicht van verschuldigde en betaalde premies waaruit blijkt dat de premie over de genoemde maanden onbetaald is gebleven. De kantonrechter gaat uit van de juistheid van dit overzicht en wijst de hoofdsom van € 839,50 toe.

Daarnaast wordt de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 maart 2025 toegewezen. De kantonrechter beoordeelt ambtshalve de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden en vernietigt deze niet. Tot slot wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten van Menzis, begroot op € 823,64. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van openstaande premies, wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer : 11698390 \ CV EXPL 25-845
Vonnis van 9 september 2025
in de zaak van
de naamloze vennootschap
MENZIS ZORGVERZEKERAAR N.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Wageningen,
eisende partij, hierna te noemen Menzis,
gemachtigde: GGN Mastering Credit N.V.,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde],
verschenen in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 31 maart 2025,
- de conclusie van antwoord van 20 mei 2025,
- de aanvullende conclusie van antwoord van 17 juni 2025,
- de conclusie van repliek van 15 juli 2025.
1.2.
[gedaagde] heeft hierna, hoewel daartoe behoorlijk in de gelegenheid gesteld, niet meer gereageerd.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Waar gaat deze zaak over?

2.1.
[gedaagde] heeft een zorgverzekering afgesloten bij Menzis. Op grond daarvan heeft hij onder meer de verplichting om de nota’s, waarmee Menzis de premie in rekening brengt, aan Menzis te betalen. [gedaagde] heeft de premie van december 2022 tot en met mei 2023 onbetaald gelaten.
Wat vordert Menzis?
2.2.
Menzis stelt dat [gedaagde] het openstaande bedrag aan premie van december 2022 tot en met mei 2023 moet betalen. Daarnaast maakt Menzis aanspraak op betaling van de wettelijke rente (€ 109,25, berekend tot 31 maart 2025).
Menzis vordert dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling aan Menzis van een bedrag van in totaal € 948,75, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 839,50 vanaf 31 maart 2025 tot de dag van volledige betaling. Verder vordert Menzis dat [gedaagde] in de proceskosten wordt veroordeeld.
Wat vindt [gedaagde]?
2.3.
[gedaagde] heeft verweer gevoerd en hij heeft het navolgende, kort samengevat, naar voren gebracht. Volgens [gedaagde] is het hele bedrag al geïncasseerd door een loonbeslag dat door Menzis was gelegd. Uit een brief van Menzis aan zijn werkgever van 3 juli 2024, waarin staat dat het loonbeslag is opgeheven, heeft [gedaagde] afgeleid dat Menzis geen vordering meer op hem heeft voor de periode van 2022 en 2023. Verder heeft Menzis volgens [gedaagde] telefonisch aan hem laten weten dat er geen bedrag meer open stond bij hen. Vanaf 1 juni 2023 betaalt [gedaagde] de premie van Menzis via het CAK. Volgens [gedaagde] loopt het loonbeslag bij het CAK nog steeds.
De reactie van Menzis
2.4.
In reactie op het verweer van [gedaagde] heeft Menzis het volgende, kort samengevat, naar voren gebracht. Volgens Menzis heeft zij eerder een vordering uit handen gegeven. Dit ging over een achterstand van [gedaagde] in de premie over de maanden oktober en november 2022. Op 21 februari 2023 is daarvoor een vonnis gewezen en op 2 februari 2024 heeft Menzis daarvoor loonbeslag gelegd. Dit beslag is inmiddels opgeheven. Het door [gedaagde] genoemde beslag had dus betrekking op een andere vordering, aldus Menzis. Verder betwist Menzis dat er telefonisch contact is geweest tussen haar en [gedaagde] en er is volgens Menzis dan ook nooit aan [gedaagde] toegezegd dat er geen vordering meer zou zijn. Daarnaast ziet het beslag van CAK volgens Menzis ook op een andere periode, omdat [gedaagde] vanaf juni 2023 is aangemeld bij het CAK. Tot slot heeft Menzis een overzicht van de aan Menzis vanaf
1 januari 2022 verschuldigde en betaalde bedragen overgelegd, waaruit blijkt dat premie over de maanden december 2022 tot en met mei 2023 onbetaald zijn gebleven, aldus Menzis. Volgens Menzis heeft zij [gedaagde] op 25 september 2023 voor deze achterstand een zogeheten 14-dagen brief gestuurd op en daarna nog diverse malen aangemaand, maar desondanks heeft [gedaagde] niet betaald.

3.De beoordeling

Hoofdsom

3.1.
De kantonrechter overweegt als volgt. [gedaagde] heeft niet meer gereageerd op de reactie van Menzis op zijn verweer. De kantonrechter gaat er dan ook vanuit dat de standpunten van Menzis over het eerdere beslag en het beslag van het CAK kloppen en deze beslagen niet zien op de vordering waar het in deze procedure over gaat. [gedaagde] heeft ook geen verweer gevoerd tegen het premie-overzicht, dat Menzis als productie 5 bij haar conclusie van repliek heeft overgelegd. De kantonrechter gaat dan ook uit van de juistheid van dat overzicht. Hieruit blijkt dat er aan premie voor de maanden december 2022 tot en met mei 2023 nog een bedrag openstaat van € 839,50. [gedaagde] heeft niet aangetoond dat deze premie al is betaald. Dat betekent dat de kantonrechter de hoofdsom van € 839,50 zal toewijzen.
Wettelijke rente
Ambtshalve toetsing van toepasselijke algemene voorwaarden
3.2.
De kantonrechter heeft ambtshalve beoordeeld of in de van toepassing zijnde algemene voorwaarden bepalingen zijn opgenomen ten aanzien van de gevorderde vergoeding van rente, die zodanig afwijken van de wettelijke regelingen dat de consument daardoor aanzienlijk wordt benadeeld en door de kantonrechter vernietigd moeten worden. Dat is niet het geval.
3.3.
Vaststaat dat [gedaagde] de premie niet op tijd heeft betaald en hierdoor in verzuim is geraakt. De daarna in rekening gebrachte wettelijke rente moet [gedaagde] daarom ook betalen.
Proceskosten
3.4.
Omdat betaling, ondanks aanmaning, uitbleef, is de kantonrechter van oordeel dat Menzis in redelijkheid heeft kunnen besluiten om [gedaagde] te dagvaarden. [gedaagde] krijgt ongelijk en hij moet daarom de proceskosten betalen.
De proceskosten van Menzis worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
146,14
- griffierecht
340,00
- salaris gemachtigde
270,00
(2 punten × € 135,00)
- nakosten
67,50
Totaal
823,64

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Menzis te betalen een bedrag van € 948,75 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over € 839,50 vanaf
31 maart 2025 tot aan de dag van volledige betaling;
4.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten tot op heden aan de zijde van Menzis begroot op bedrag € 823,64, te betalen binnen veertien dagen na dit vonnis, te vermeerderen de kosten van betekening, indien [gedaagde] niet binnen genoemde termijn betaalt en vervolgens betekening van het vonnis plaatsvindt;
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. van Diggele, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2025. (ak)