Partijen zijn gehuwd geweest en op 8 februari 2024 is de echtscheiding uitgesproken. De rechtbank heeft op 22 oktober 2024 bepaald dat de woning aan een adres te Almelo, bewoond door gedaagde, verkocht moet worden. Gedaagde weigert echter medewerking aan de verkoop.
Eiser vordert in kort geding dat gedaagde verplicht wordt medewerking te verlenen aan de verkoop van de woning, waaronder het verlenen van toegang aan de makelaar, het openstellen van de woning voor bezichtigingen, het plaatsen van een verkoopbord en het opvolgen van adviezen van de makelaar. Gedaagde is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd, zodat verstek is verleend.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vordering voldoende spoedeisend en niet onrechtmatig is en wijst deze toe. Tevens wordt een dwangsom opgelegd voor het niet naleven van de veroordeling en wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.