Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
cocaïne, zijnde cocaïne,
MDMA, zijnde MDMA en/of
3.De bewijsmotivering
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, aanhef en onder C van de Opiumwet gegeven verbod;
overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer juncto artikel 1.2.2 Vuurwerkbesluit, opzettelijk begaan;
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie;
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie.
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod;
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, aanhef en onder C van de Opiumwet gegeven verbod.
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De vordering tenuitvoerlegging
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, aanhef en onder C van de Opiumwet gegeven verbod;
overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer juncto artikel 1.2.2 Vuurwerkbesluit, opzettelijk begaan;
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie;.
,het misdrijf:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie.
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod;
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, aanhef en onder C van de Opiumwet gegeven verbod.
gevangenisstrafvoor de duur van
10 (tien) maanden;
tenuitvoerleggingvan de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel van 12 maart 2024 voorwaardelijk opgelegde
gevangenisstrafvoor de duur van
4 weken.