Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.[eiser 1], wonende te [woonplaats 1],
[eiser 2], wonende te [woonplaats 2] (Frankrijk),
wonende te [woonplaats 3],
Rechtbank Overijssel
Op 11 februari 2023 is een huurovereenkomst gesloten voor een woning met een maximale duur van 24 maanden. De huurder betaalde grotendeels niet, waardoor een huurachterstand van bijna een jaar ontstond. De erven van de verhuurder hebben de overeenkomst op 3 maart 2024 buitengerechtelijk ontbonden en dit aan de huurder betekend. Ondanks aanmaningen en een aanzegging tot ontruiming op 30 april 2024, bleef de huurder in de woning.
De erven vorderen een verklaring voor recht dat de huurovereenkomst is beëindigd, ontruiming van de woning, betaling van €24.500 aan huurachterstand en gebruiksvergoeding, en proceskosten. De huurder erkent de achterstand en verwijst naar een toezegging om te mogen blijven wonen bij betaling, maar dit wordt door de erven gemotiveerd betwist.
De kantonrechter oordeelt dat de ontbinding rechtsgeldig is vanwege de ernstige huurachterstand en wijst de verklaring voor recht toe. De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen na betekening van het vonnis. De gevorderde huurachterstand en gebruiksvergoeding worden toegewezen, maar het onredelijk bezwarende rentebeding van 1,5% per maand wordt afgewezen. De huurder wordt veroordeeld in de proceskosten van €2.098,45. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurovereenkomst is ontbonden, de huurder veroordeeld tot ontruiming en betaling van €24.500 huurachterstand plus gebruiksvergoeding en proceskosten.