Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2025:5602

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
16 september 2025
Publicatiedatum
16 september 2025
Zaaknummer
C/08/338269 KG RK 25-448
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid en verbod op verdere wrakingsverzoeken wegens misbruik van recht

Verzoeker heeft meerdere wrakingsverzoeken ingediend tegen diverse rechters en procedures binnen de rechtbank Overijssel, waarin hij zijn ongenoegen uit over procedurele handelingen en beslissingen, maar zonder concrete aanwijzingen van rechterlijke vooringenomenheid.

De wrakingskamer beoordeelde het meest recente wrakingsverzoek van 9 september 2025 en concludeerde dat dit verzoek niet gericht was tegen een specifieke rechter en geen feiten bevatte die een schijn van vooringenomenheid aannemelijk maakten. Hierdoor werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard.

Daarnaast constateerde de wrakingskamer dat verzoeker herhaaldelijk wrakingsverzoeken indient zonder gegronde redenen, wat wordt gezien als misbruik van het recht om wraking te verzoeken. Daarom werd verzoeker verboden om nog meer wrakingsverzoeken in te dienen, met de bepaling dat toekomstige verzoeken niet in behandeling worden genomen.

De beslissing werd zonder mondelinge behandeling genomen en is onherroepelijk. Hiermee wordt de procedurele orde gehandhaafd en wordt voorkomen dat de rechtbank wordt belast met ongegronde wrakingsverzoeken.

Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard en verbod op verdere wrakingsverzoeken opgelegd wegens misbruik van recht.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK OVERIJSSEL

Wrakingskamer
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: C/08/338269 KG RK 25-448
Beslissing van 16 september 2025
in de zaak van
[verzoeker],
wonende aan de [woonplaats],
verzoeker tot wraking.

1.De procedure

1.1
Bij beslissing van 30 september 2024, heeft de wrakingskamer een wrakingsverzoek van verzoeker (kennelijk) ongegrond verklaard. In 2025 zijn op 28 juli twee wrakingsverzoeken van verzoeker ongegrond verklaard en is één wrakingsverzoek van verzoeker buiten behandeling gesteld. Daarna, op 31 juli 2025, heeft de wrakingskamer een wrakingsverzoek (kennelijk) ongegrond verklaard.
1.2
De wrakingskamer heeft na haar laatste beslissing meerdere documenten van verzoeker ontvangen of doorgestuurd gekregen van de administraties van verschillende teams binnen de rechtbank, zoals de teams Bestuursrecht, Kanton en Handelsrecht en Strafrecht. De wrakingskamer merkt de correspondentie van
9 september 2025 als nieuw wrakingsverzoek aan, onder het zaaknummer zoals in de kop van deze beslissing is vermeld, en neemt in deze beslissing mee de overige berichten die verzoeker met de verschillende teams binnen de rechtbank heeft gevoerd.
1.3
De wrakingskamer stelt vast dat het wrakingsverzoek van 9 september 2025 niet is gericht tot één of meerdere bij naam genoemde rechters. De wrakingskamer kan daarom niet aan één of meerdere rechters vragen wat het standpunt ten aanzien van dit wrakingsverzoek is. Toch ziet de wrakingskamer aanleiding om zonder mondelinge behandeling een beslissing te nemen op het wrakingsverzoek.
De wrakingskamer zal dit hierna toelichten.

2.De beoordeling

2.1
De wrakingskamer overweegt met betrekking tot de Nederlandse wrakingsregeling het volgende. Op verzoek kan elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Dit verzoek moet worden gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden. Een verzoek tot wraking kan in beginsel in elke stand van een procedure worden gedaan. Dit geldt voor alle soorten procedures, of dit nu in het strafrecht, het civiele recht of het bestuursrecht is. Het staat verzoeker tot wraking in principe dan ook vrij om in zulke procedures een wrakingsverzoek in te dienen.
2.2
In zijn berichten uit verzoeker zijn ongenoegen over de wijze waarop verschillende procedures bij de rechtbank plaatsvinden. Een voorbeeld hiervan is dat verzoeker meent dat de oproep voor een zitting wegens het ontbreken van een kenmerk niet rechtsgeldig is. Volgens verzoeker hebben medewerkers van de rechtbank daarmee in strijd met de wet gehandeld. Daarnaast vindt verzoeker dat de wijze waarop hij een advocaat, mr. K. Kok, in een strafprocedure toegewezen heeft gekregen, in strijd is met het recht op een eerlijk proces. Zo had de advocaat volgens verzoeker niet de beschikking over een dossier en waren documenten volgens verzoeker onvolledig. Ook vindt verzoeker dat onvoldoende gehoor is gegeven aan een verzoek tot uitstel van een zitting, want volgens hem is ten onrechte geen rekening gehouden met zijn medische klachten en fysieke beperkingen. De wrakingskamer concludeert dat verzoeker ontevreden is en in verband hiermee probeert contact te krijgen met onder meer de administraties van verschillende teams binnen de rechtbank. Verzoeker uit zijn ongenoegen in diverse mails en brieven.
2.4
Een verzoek tot wraking kan zonder behandeling ter zitting ongegrond of niet-ontvankelijk worden verklaard indien het geen betrekking heeft op de met de behandeling van een zaak belaste rechter (artikel 5 lid 2 sub e van Pro het Wrakingsprotocol rechtbank Overijssel). De wrakingskamer is van oordeel dat van deze situatie sprake is. Het is de wrakingskamer op basis van de inhoud van de correspondentie niet gebleken dat sprake is van (een schijn van) vooringenomenheid van een rechter die belast is met de behandeling van een zaak van verzoeker. Verzoeker heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd die dat aannemelijk maken. Het wrakingsverzoek is dus niet-ontvankelijk.
2.5
Uit de vele berichten van verzoeker blijkt wel dat hij het met allerlei handelingen van de griffies en (procedurele) beslissingen van de rechter(s) oneens is, maar hij meldt niets dat wijst op gebrek aan onpartijdigheid van de rechters. Dat geldt niet alleen voor dit wrakingsverzoek, maar ook voor zijn eerdere verzoeken. Dat levert misbruik op van het recht om een wrakingsverzoek te doen. Daarin ziet de wrakingskamer aanleiding om verzoeker te verbieden nog meer wrakingsverzoeken in te dienen. Dat betekent dat een volgend wrakingsverzoek niet meer in behandeling zal worden genomen.

3.De beslissing

De wrakingskamer:
  • verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking;
  • bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek niet in behandeling zal worden genomen.
Deze beslissing is gegeven door de rechters mr. U. van Houten, mr. M.H. van der Lecq en mr. R.F. van Aalst, in tegenwoordigheid van de griffier mr. N. Klunder, en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2025.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.