Uitspraak
1.[partij B 1] B.V.,
[partij B 2] B.V.,
[partij B 3] B.V.,
1.De procedure
2.De feiten
(…) De factuur is volledig in de door [naam 4] opgestelde afrekening opgenomen, zodat van deze factuur mijn holding nog toekomt
Rechtbank Overijssel
De zaak betreft een geschil tussen aandeelhouders over de vraag of het bedrag van een factuur volledig ten laste mocht worden gebracht van een voorziening die was opgenomen in een vaststellingsovereenkomst (VSO) over de beëindiging van het aandeelhouderschap en de splitsing van een bedrijfspand. Partij A vordert betaling van een bedrag dat volgens haar ten onrechte uit de voorziening is betaald.
De rechtbank oordeelt dat een deel van de factuur (€3.814,17) niet onder de voorziening valt, omdat deze kosten niet gerelateerd zijn aan de afgesproken splitsing van de elektrische installatie en stroomvoorziening. Dit oordeel is gebaseerd op correspondentie van het bedrijf dat de factuur heeft opgesteld en de uitleg van de VSO volgens de Haviltex-norm. Partij B heeft onvoldoende onderbouwd waarom deze kosten wel ten laste van de voorziening mochten komen.
De vordering van partij A wordt daarom toegewezen tot een bedrag van €1.907,09 plus buitengerechtelijke incassokosten en rente. De vorderingen van partij B in reconventie, die zien op kosten van de splitsing van zonnepanelen, worden afgewezen omdat deze niet onder de VSO vallen. Partij B wordt hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is gewezen door rechter M.M. Verhoeven en op 9 september 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Partij B wordt hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €2.193,15 aan partij A en de vorderingen in reconventie worden afgewezen.