De vennootschap [bedrijf] B.V. werd op 16 mei 2023 failliet verklaard. De curator stelt dat de bestuurder, [gedaagde], zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld door geen toezicht te houden op de feitelijke leiding, die in handen was van zijn failliete vader. Hierdoor zijn aanzienlijke financiële verplichtingen aangegaan die niet konden worden nagekomen.
[gedaagde] betwist aansprakelijkheid en stelt slechts de oprichtingsakte te hebben ondertekend zonder verdere betrokkenheid. De rechtbank oordeelt dat het enkel op papier bestuurder zijn en het overlaten van het bestuur aan zijn vader onvoldoende is om aansprakelijkheid te ontlopen. Het nalaten van toezicht en het toestaan van het aangaan van onhoudbare schulden leidt tot kennelijk onbehoorlijke taakvervulling.
De rechtbank wijst de vorderingen van de curator grotendeels toe, verklaart de bestuurder aansprakelijk voor het faillissementstekort en veroordeelt hem tot betaling van een voorschot van € 374.622,95. Tevens worden beslag- en proceskosten aan hem opgelegd.