ECLI:NL:RBOVE:2025:5719

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
25 september 2025
Publicatiedatum
25 september 2025
Zaaknummer
AK_25_1412
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Terugvordering van onverschuldigd betaalde Wajong-uitkering door UWV onder beschermingsbewind

In deze zaak heeft de Rechtbank Overijssel op 11 september 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen BB&F Salland B.V. als bewindvoerder van een betrokkene en het UWV. De betrokkene, die onder beschermingsbewind staat, had te veel betaalde Wajong-uitkering ontvangen, welke het UWV terugvorderde. De rechtbank oordeelde dat het UWV ten onrechte had teruggevorderd, omdat het UWV op de hoogte was van de beschermingsbewindstatus van de betrokkene. De rechtbank stelde vast dat de betrokkene niet in staat was om haar vermogensrechtelijke belangen zelf te behartigen en dat het UWV had moeten signaleren dat de betrokkene niet bevoegd was om het rekeningnummer te wijzigen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit van het UWV en herstelde de situatie door te bepalen dat de betrokkene de onverschuldigd betaalde uitkering niet hoefde terug te betalen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot het vergoeden van het griffierecht van € 53,- aan de eiseres. De uitspraak werd openbaar gedaan en partijen werden gewezen op de mogelijkheid om in hoger beroep te gaan.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/1412

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van11 september 2025 in de zaak tussen

BB&F Salland B.V.(eiseres), als bewindvoerder over de goederen van
[betrokkene]uit [woonplaats] (betrokkene)
(gemachtigde H.J.R. Nijenhuis),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: W. Prins).

Inleiding

Bij besluiten van 14 en 17 maart 2025 heeft het UWV van betrokkene te veel betaalde Wajong-uitkering tot een bedrag van €1.386,95 teruggevorderd en bepaald dat zij dat bedrag binnen zes weken moet betalen. Met het bestreden besluit van 2 mei 2025 op het bezwaar van eiseres is het UWV bij dat besluit gebleven. Eiseres heeft beroep ingesteld. Het UWV heeft daarop gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 11 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: betrokkene, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het UWV. Tevens was voor eiseres aanwezig [naam 1] en voor betrokkene haar begeleidster, [naam 2]. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 2 mei 2025;
- herroept de besluiten van 14 en 17 maart 2025;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het besluit van 2 mei 2025;
- bepaalt dat het UWV het griffierecht van € 53,- aan eiseres moet vergoeden.

Motivering

De rechtbank legt nu uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Betrokkene staat onder beschermingsbewind. Het UWV heeft op haar verzoek de Wajong-uitkering over januari 2025 op haar eigen rekeningnummer uitbetaald. Op verzoek van de bewindvoerder heeft het UWV deze uitkering nogmaals op de rekening van de bewindvoerder uitbetaald. Het UWV heeft besloten dat betrokkene de op haar rekening gestorte uitkering moet terugbetalen, omdat deze onverschuldigd is betaald.
Partijen zijn het erover eens dat de op de rekening van betrokkene overgemaakte uitkering onverschuldigd is betaald. De hoofdregel van de Wajong is dat dat geld dan moet worden terugbetaald. Maar het UWV kan daarvan afzien als daarvoor een dringende reden is. In dit geval is de rechtbank van oordeel dat er een dringende reden is waarom het UWV van terugvordering had moeten afzien. Daarvoor is van groot belang dat betrokkene onder beschermingsbewind staat en dat het UWV daarvan op de hoogte was. Dat komt omdat ze niet in staat is ten volle haar vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen. Betrokkene was niet bevoegd om zelfstandig het rekeningnummer te wijzigen waarop de uitkering moest worden uitbetaald. Het UWV had dat moeten weten en moeten signaleren. Het beschermingsbewind is ervoor bedoeld om betrokkene te beschermen tegen het ontstaan van schulden. Door de manier van handelen van het UWV is nu toch een schuld ontstaan. Daarnaast is de rechtbank er niet van overtuigd dat betrokkene redelijkerwijs kon begrijpen dat de uitkering onverschuldigd werd betaald. Zij was in de veronderstelling dat de uitkering alleen op haar rekening zou worden gestort en niet ook nog eens op de beheerrekening.
Het UWV moet het griffierecht van € 53,- aan eiseres terugbetalen, omdat het beroep gegrond is.

Conclusie en gevolgen

Dat betekent dat de bewindvoerder gelijk krijgt en dat betrokkene de ten onrechte op haar rekening gestorte Wajong-uitkering niet hoeft terug te betalen.
Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 september 2025 door mr. M. Eikelenboom, rechter, in aanwezigheid van mr. E.G.M. ten Kate, griffier.
De rechter is verhinderd
te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoger beroepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.