Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van11 september 2025 in de zaak tussen
[betrokkene]uit [woonplaats] (betrokkene)
Rechtbank Overijssel
De rechtbank Overijssel behandelde op 11 september 2025 het beroep van een betrokkene onder beschermingsbewind tegen het UWV, dat een teveel betaalde Wajong-uitkering van €1.386,95 had teruggevorderd. Het UWV had de uitkering aanvankelijk op de rekening van betrokkene gestort en later ook op de rekening van de bewindvoerder, waarna het besloot dat betrokkene het bedrag moest terugbetalen.
De rechtbank stelde vast dat betrokkene onder beschermingsbewind staat en niet zelfstandig haar vermogensrechtelijke belangen kan behartigen. Het UWV was hiervan op de hoogte maar had niet moeten toestaan dat betrokkene zelf het rekeningnummer wijzigde. Dit leidde tot een onverschuldigde betaling die volgens de hoofdregel terugbetaald moet worden, tenzij er dringende redenen zijn om daarvan af te zien.
De rechtbank vond dat er in dit geval een dringende reden was om terugvordering achterwege te laten, omdat het beschermingsbewind juist bedoeld is om betrokkene te beschermen tegen schulden. Bovendien was betrokkene niet in staat om te begrijpen dat de uitkering onverschuldigd werd betaald. Daarom vernietigde de rechtbank het terugvorderingsbesluit en bepaalde dat het UWV het griffierecht van €53,- aan eiseres moet vergoeden.
De uitspraak werd mondeling gedaan door rechter M. Eikelenboom en griffier E.G.M. ten Kate. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending van het proces-verbaal.
Uitkomst: Het UWV mag de teveel betaalde Wajong-uitkering niet terugvorderen van betrokkene onder beschermingsbewind.