Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.[eiser 1],
2.[eiser 2],
1.Inleiding en samenvatting
2.De procedure
- het proces-verbaal van het getuigenverhoor van 6 mei 2025,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
Eisers zijn eigenaar van een weg die door gedaagde sinds 1950 wordt gebruikt als erfdienstbaarheid voor zwaar vrachtverkeer. Eisers vorderen opheffing of wijziging van deze erfdienstbaarheid vanwege vermeende onvoorziene omstandigheden en het ontbreken van een redelijk belang bij gedaagde. De rechtbank oordeelt dat gedaagde nog steeds een redelijk belang heeft bij het gebruik van de erfdienstbaarheid, waardoor opheffing op grond van artikel 5:79 BW Pro niet mogelijk is.
Eisers mochten bewijs leveren dat na 1992 het gebruik van de weg door zwaarder vrachtverkeer aanzienlijk is toegenomen, wat een onevenredige verzwaring zou betekenen. Dit bewijs is niet geleverd; getuigenverklaringen erkennen wel meer drukte sinds 2000, maar ook dat vrachtverkeer al voor 1992 bestond. Bovendien gebruikt sinds 2022 het merendeel van het vrachtverkeer een andere ingang. De rechtbank concludeert dat er geen onvoorziene omstandigheden zijn die wijziging van de erfdienstbaarheid rechtvaardigen.
Wel wordt gedaagde veroordeeld tot herstel van het tweede deel van de weg waar verzakkingen en spoorvorming gevaar en hinder veroorzaken. Dit herstel moet binnen drie maanden na vonnisdatum plaatsvinden. Eisers worden in hun overige vorderingen afgewezen en veroordeeld tot betaling van proceskosten aan gedaagde.
Uitkomst: Vordering tot wijziging of opheffing erfdienstbaarheid afgewezen; gedaagde veroordeeld tot herstel verzakte weg.