Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.De procedure
- de incidentele conclusie tot verwijzing tevens conclusie van antwoord in conventie en eis in reconventie;
2.De beoordeling
3.De beslissing
dinsdag 30 september 2025om
10:00 uur,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
In deze civiele procedure vordert eiser ontruiming van een onroerende zaak gelegen aan een adres te een woonplaats, omdat verweerder daar zonder recht of titel verblijft. Eiser stelt dat hij de onroerende zaak aan verweerder in gebruik heeft gegeven zonder tegenprestatie en dat hij dit gebruik heeft opgezegd.
Verweerder betwist dit en stelt dat er sprake is van een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd, omdat zij huur betaalt aan eiser. Verweerder vordert in reconventie een verklaring voor recht dat er een huurovereenkomst bestaat op grond van artikel 7:230a BW en verzoekt om verwijzing van de zaak naar de kantonrechter op basis van artikel 71 Rv Pro.
De rechtbank oordeelt dat de vraag of er een huurovereenkomst is gesloten exclusief tot de bevoegdheid van de kantonrechter behoort, zoals bepaald in artikel 93 onder Pro c Rv. Daarom wordt de zaak verwezen naar de kantonrechter. Eiser wordt in dit incident in het ongelijk gesteld en veroordeeld in de proceskosten, begroot op €614.
Partijen worden geïnformeerd over het verdere verloop van de procedure en het feit dat zij niet verplicht zijn om in de vervolgprocedure door een advocaat te worden vertegenwoordigd. Tevens wordt gewezen op de verlaging van het griffierecht conform artikel 8 lid 4 WGBZ Pro.
Uitkomst: De rechtbank verwijst de zaak naar de kantonrechter en veroordeelt eiser in de proceskosten van €614.