Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2025:5742

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
24 september 2025
Publicatiedatum
25 september 2025
Zaaknummer
C/08/334959 / HA ZA 25-200
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:230a BWArt. 71 RvArt. 93 RvArt. 8 lid 4 WGBZ
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing zaak naar kantonrechter wegens geschil over huurovereenkomst onroerende zaak

In deze civiele procedure vordert eiser ontruiming van een onroerende zaak gelegen aan een adres te een woonplaats, omdat verweerder daar zonder recht of titel verblijft. Eiser stelt dat hij de onroerende zaak aan verweerder in gebruik heeft gegeven zonder tegenprestatie en dat hij dit gebruik heeft opgezegd.

Verweerder betwist dit en stelt dat er sprake is van een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd, omdat zij huur betaalt aan eiser. Verweerder vordert in reconventie een verklaring voor recht dat er een huurovereenkomst bestaat op grond van artikel 7:230a BW en verzoekt om verwijzing van de zaak naar de kantonrechter op basis van artikel 71 Rv Pro.

De rechtbank oordeelt dat de vraag of er een huurovereenkomst is gesloten exclusief tot de bevoegdheid van de kantonrechter behoort, zoals bepaald in artikel 93 onder Pro c Rv. Daarom wordt de zaak verwezen naar de kantonrechter. Eiser wordt in dit incident in het ongelijk gesteld en veroordeeld in de proceskosten, begroot op €614.

Partijen worden geïnformeerd over het verdere verloop van de procedure en het feit dat zij niet verplicht zijn om in de vervolgprocedure door een advocaat te worden vertegenwoordigd. Tevens wordt gewezen op de verlaging van het griffierecht conform artikel 8 lid 4 WGBZ Pro.

Uitkomst: De rechtbank verwijst de zaak naar de kantonrechter en veroordeelt eiser in de proceskosten van €614.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: C/08/334959 / HA ZA 25-200
Vonnis in incident van 24 september 2025
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats],
eisende partij in de hoofdzaak in conventie en verwerende partij in de hoofdzaak in reconventie, verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: [eiser],
advocaat: mr. R.E.P. de Koning,
tegen
[verweerder] B.V.,
te [woonplaats],
gedaagde partij in de hoofdzaak in conventie en eisende partij in de hoofdzaak in reconventie, eisende partij in het incident,
hierna te noemen: [verweerder],
advocaat: mr. Y.K. van Dijk.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de incidentele conclusie tot verwijzing tevens conclusie van antwoord in conventie en eis in reconventie;
- de conclusie van antwoord in het verwijzingsincident.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
[eiser] vordert in de hoofdzaak -samengevat- ontruiming van de onroerende zaak gelegen aan [adres] te [woonplaats] (kadastraal bekend Gemeente [woonplaats] [kadasternummer]) door [verweerder] omdat zij daar zonder recht of titel verblijft. Volgens [eiser] heeft hij de onroerende zaak, zonder daarvoor een tegenprestatie te ontvangen, aan [verweerder] in gebruik gegeven en heeft hij dat gebruik opgezegd.
2.2.
[verweerder] is het daar niet mee eens. Volgens haar is er sprake van een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd omdat zij wel huur betaalt aan [eiser]. Zij vordert daarom in reconventie onder meer een verklaring voor recht dat er sprake is van een huurovereenkomst ex artikel 7:230a BW en vordert in dit incident verwijzing van de zaak naar de kantonrechter op de voet van artikel 71 Rv Pro omdat er sprake is van een zaak die tot de exclusieve bevoegdheid van de kantonrechter behoort. De rechtbank oordeelt als volgt.
2.3.
Gelet op de standpunten van partijen en de vordering in reconventie van [verweerder], moet in deze procedure de vraag beantwoord worden of er tussen partijen een huurovereenkomst tot stand is gekomen.
2.4.
Omdat een procedure betreffende de huur van een onroerende zaak (en de beantwoording van de vraag of er al dan niet een huurovereenkomst tussen partijen bestaat) op grond van artikel 93 onder Pro c Rv is voorbehouden aan de kantonrechter, moeten de vorderingen naar het voorlopig oordeel van de rechtbank verder worden behandeld en beslist door de kantonrechter. Dat betekent dat de vordering in dit incident van [verweerder] toewijsbaar is. De rechtbank zal de zaak op de voet van artikel 71 lid 2 Rv Pro naar de kantonrechter verwijzen.
2.5.
Omdat [eiser] in dit incident in het ongelijk is gesteld zal hij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten worden begroot op € 614,- (1 punt x € 614,-).

3.De beslissing

De rechtbank
In het incident en de hoofdzaak
3.1.
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rolzitting van de kantonrechter van deze rechtbank, locatie Zwolle, op
dinsdag 30 september 2025om
10:00 uur,
3.2.
wijst partijen erop dat zij op de hiervoor vermelde rolzitting niet hoeven te verschijnen, omdat de kantonrechter eerst zal beslissen op welke wijze de procedure zal worden voortgezet, waarna de griffier partijen over deze beslissing zal informeren,
3.3.
wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure niet meer vertegenwoordigd hoeven te worden door een advocaat, maar ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen verschijnen,
3.4.
wijst partijen erop dat het in deze procedure geheven griffierecht ingevolge artikel 8 lid 4 WGBZ Pro zal worden verlaagd en dat het eventueel teveel betaalde griffierecht door de griffier zal worden teruggestort,
3.5.
veroordeelt [eiser] in de kosten van dit incident, tot op heden aan de zijde van [verweerder] begroot op € 614,-,
Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2025.