ECLI:NL:RBOVE:2025:5743

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
25 september 2025
Publicatiedatum
25 september 2025
Zaaknummer
ak_25_765
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.3.2 WMO 2015Art. 2.3.5 WMO 2015Art. 2.3.8 WMO 2015Art. 3:2 AwbArt. 2.6 Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Dinkelland 2025
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag traplift op grond van WMO 2015 wegens onvoldoende medewerking

Eiseres vroeg een traplift aan op grond van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 (WMO 2015) vanwege haar progressieve ziekte en verminderde mobiliteit. Het college wees de aanvraag af omdat zij onvoldoende medewerking verleende aan een aanvullend onderzoek dat noodzakelijk werd geacht om haar hulpvraag adequaat te beoordelen.

Het college had eerst een ondersteuningsadvies gegeven met alternatieve oplossingen, die eiseres afwees. Na bezwaar werd een onafhankelijk medisch onderzoek voorgesteld, maar eiseres weigerde hieraan mee te werken. De bezwaaradviescommissie concludeerde dat het college het onderzoek onzorgvuldig had uitgevoerd, maar dat de weigering van eiseres om mee te werken aan het aanvullende onderzoek haar medewerkingsplicht schond.

De rechtbank oordeelde dat het college terecht de aanvraag had afgewezen omdat zonder medewerking niet kon worden vastgesteld of een traplift noodzakelijk was. De procedurele klachten van eiseres over het handelen van het college konden niet tot een andere uitkomst leiden. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de trapliftaanvraag wegens onvoldoende medewerking.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Almelo
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/765

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: [gemachtigde] )
en

het college van burgemeester en wethouders van Dinkelland, het college

(gemachtigde: C. Holsink).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om een maatwerkvoorziening op grond van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 (WMO 2015). Eiseres is het niet eens met de afwijzing van deze aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de aanvraag terecht heeft afgewezen.
Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.2.
Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak en onder 3 de van belang zijnde feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het bestreden besluit. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 4, waarbij onder 5 een weergave van de beroepsgronden. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.
1.3.
De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een maatwerkvoorziening. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 29 augustus 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 6 februari 2025 op het bezwaar van eiseres is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 15 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde (en tevens zoon) van eiseres, dhr. [gemachtigde] en de gemachtigden van het college.
Totstandkoming van het bestreden besluit
3.1
Op 16 mei 2024 heeft eiseres zich bij het college gemeld omdat zij een aanvraag wilde doen voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een traplift. Zij heeft daarbij aangegeven dat zij vanwege uitgezaaide kanker in haar botten steeds minder goed de trap op kan lopen. Ze heeft last van benauwdheidsklachten en is vooral in de avond erg vermoeid.
In het kader van de melding is er op 13 juni 2024 een zogenoemd “keukentafel” gesprek geweest met eiseres bij haar thuis.
3.2
Op 11 juli 2024 heeft het college aan eiseres het ondersteuningsadvies toegezonden. Het advies vermeldt dat eiseres in de avond moeite heeft met traplopen. Dit zou zij volgens het college kunnen oplossen door:
-de kamer op de begaande grond te gebruiken als slaapkamer;
-een extra leuning aan de trap monteren;
-het traplopen te beperken tot maximaal 2 keer per dag
In het gesprek is de zogenoemde verzilverlening en het verhuizen naar een gelijkvloerse woning met eiseres besproken. Volgens het college heeft eiseres aangegeven de voorkeur te hebben voor een gelijkvloerse woning en zich te laten inschrijven als woningzoekende. Door bovenstaande oplossingen te realiseren heeft zij geen problemen meer bij het traplopen en kan zij normaal gebruik maken van haar woning, aldus het college. Daarom is er geen compensatieplicht vanuit de WMO 2015. Bij retournering en ondertekening van het advies doet eiseres een formele aanvraag en zal zij een besluit op haar aanvraag ontvangen.
3.3
Bij brief van 23 juli 2024 heeft eiseres gemotiveerd aangegeven het niet eens te zijn met het ondersteuningsadvies. Ze wil daarom graag binnen 2 weken een besluit op haar aanvraag.
Bij emailbericht van 15 augustus 2024 geeft het college aan dat een getekend advies nodig is om een aanvraag in te dienen op grond van de WMO 2015 en dat deze nog niet is ontvangen.
Bij brief van 19 augustus 2024 heeft eiseres per emailbericht laten weten dat ze het ondersteuningsadvies niet zal ondertekenen. Zij bestrijdt nogmaals de inhoud van het advies en stelt dat de brief van 23 juli 2024 daarom als aanvraag heeft te gelden.
3.4
Bij formulier van 15 augustus 2024 heeft eiseres het college er op gewezen dat de beslistermijn ten aanzien van haar aanvraag inmiddels verstreken is en dat als het college niet binnen twee weken beslist op haar aanvraag er een dwangsom verschuldigd is.
Bij emailbericht van 23 augustus 2024 heeft het college gereageerd op de het formulier van 15 augustus 2025.
Eveneens bij emailbericht van 23 augustus 2024 heeft eiseres gereageerd op het emailbericht van het college. Zij verzoekt het college een besluit te nemen; het college heeft alle benodigde informatie en zij heeft geen behoefte aan een gesprek.
Hierop is het primaire besluit genomen. Het college heeft besloten eiseres niet in aanmerking te brengen voor een maatwerkvoorziening.
3.5
Eiseres is het niet eens met het primaire besluit en heeft bezwaar gemaakt. Zij heeft tevens verzocht om rechtstreeks beroep in te kunnen stellen bij de rechtbank.
Bij brief van 17 oktober 2024 heeft het college aangegeven niet akkoord te gaan met rechtstreeks beroep bij de rechtbank. Redengevend daarvoor is dat het college van mening is dat er onvoldoende onderzoek is verricht naar alle feiten. Onvoldoende duidelijk is welke problemen exact bestaan met het gebruik van de woning en in hoeverre eiseres nog in staat is om trap te lopen en of van haar (nog) gevraagd kan worden het traplopen te beperken. Het verzoek, per mail van 23 augustus 2024, om hierover in gesprek te gaan, is door eiseres afgewezen. Het college wil daarom een onafhankelijk medisch advies opvragen bij Ausems & Kerkvliet. Dit onderzoek zal op korte termijn bij eiseres thuis plaatsvinden.
Eisers heeft bij brief van 23 oktober 2024 aangegeven niet te zullen meewerken aan dit onderzoek. Zij wijst er op dat haar gezondheidssituatie het college inmiddels duidelijk zal zijn. Bovendien is sprake van een progressieve ziekte, dus of zij nu nog trap kan lopen is een momentopname en niet relevant. Zij heeft ter onderbouwing gewezen op een verklaring van haar huisarts van 25 oktober 2024. Hierin is vermeld dat eiseres uitgezaaide kanker heeft; dat zij moeite heeft met traplopen en dat dit steeds moeilijker zal worden.
3.6
Bij brief van 4 november 2024 is eiseres uitgenodigd voor een hoorzitting. Bij email van 11 november 2024 heeft eiseres bericht dat zij afziet van het recht om gehoord te worden.
3.7
Op 11 december 2024 heeft de hoorzitting plaatsgevonden, in afwezigheid van eiseres. De bezwaaradviescommissie heeft advies gegeven op 23 januari 2025.
Hierin is onder meer opgenomen dat uit artikel 2.6 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Dinkelland 2025(de Verordening) volgt dat een door de cliënt ondertekend verslag door het college als een aanvraag wordt aangemerkt, waarbij een cliënt wel opmerkingen aan het verslag kan toevoegen. De commissie heeft vastgesteld dat uit het bovenstaande volgt dat alleen een ondertekend verslag als een aanvraag is aan te merken en leidt tot een besluit waartegen bezwaar en beroep kan worden ingediend en ook dat er geen andere vorm van het indienen van een aanvraag is.
Aan eiseres is op 11 juli 2024 een brief gestuurd Deze brief heeft als onderwerp “ondersteuningsadvies over uw Wmo-hulpvraag". De commissie heeft zich op het standpunt gesteld dat in deze brief duidelijker aangegeven had kunnen worden hoe de vervolgprocedure is na het ontvangen van deze brief. Daarnaast stelt de commissie vast dat het (ongedateerde) onderzoeksverslag van het college niet als bijlage bij deze brief is gevoegd.
De commissie adviseert het college om in het vervolg - zeker in het geval als de cliënt het niet eens is met het advies van het college - duidelijker in een dergelijke brief aan te geven dat alleen het ondertekend retourneren van deze brief als een aanvraag is aan te merken en ook hoe de procedure is na het ontvangen van een aanvraag.
Tevens adviseert de commissie om bij deze brief altijd het onderzoeksverslag van het college als bijlage toe te voegen.
Het is de commissie niet gebleken dat het college op basis van het stappenplan WMO 2015 tot het bestreden sluit is gekomen om aan eiseres geen maatwerkvoorziening op grond van de WMO 2015 toe te kennen. De commissie oordeelt dat het door het college gedane onderzoek als onzorgvuldig en onvolledig is aan te merken. De commissie stelt dat het college alsnog een onderzoek naar de hulpvraag van eiseres moet uitvoeren dat voldoet aan het stappenplan WMO 2015 met betrekking tot het ondervinden van problemen bij gebruikmaken van de woning en het verplaatsen in de woning (specifiek met traplopen). De resultaten van dit onderzoek dienen door het college meegenomen te worden bij de te nemen beslissing op bezwaar.
De commissie stelt vast dat uit artikel 2.3.8, derde lid, van de WMO 2015 volgt dat bezwaarde verplicht is aan het college desgevraagd medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de WMO 2015. Omdat eiseres bij brief van 23 oktober 2024 heeft aangegeven geen medewerking te verlenen aan het uitvoeren van het nadere onderzoek en het de commissie niet gebleken is dat bezwaarde tot een ander standpunt is gekomen, oordeelt de commissie dat door het niet meewerken aan het nadere onderzoek eiseres niet heeft voldaan aan de medewerkingsplicht.
De commissie oordeelt dat het college wilde voldoen aan de op hem rustende onderzoeksplicht, terwijl eiseres niet heeft voldaan aan de op haar rustende medewerkingsplicht en dat het niet meewerken aan het nadere onderzoek voor rekening en risico van eiseres komt. Dit maakt dat op basis van de ex nunc toetsing niet kan worden vastgesteld of zij alsnog in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening op grond van de WMO 2015.
Het college kan het recht op een maatwerking voorziening niet vaststellen, aldus de commissie.
3.8
In het bestreden besluit van 6 februari 2025 heeft het college het bezwaarschrift ongegrond verklaard met verbetering van de gronden, waarbij tevens is verwezen naar het (bijgevoegde) advies van de bezwaaradviescommissie. Het gevolgde stappenplan is bijgevoegd, evenals het advies van de bezwaaradviescommissie.
Het stappenplan vermeldt onder stap 5:
“Het college is van mening dat de stappen die onder 4 genomen kunnen worden, op basis van het onderzoek en de tot nu toe bekende informatie, toereikend zou kunnen zijn en er op basis van deze informatie geen maatwerkvoorziening verstrekt hoeft te worden. Dit ligt met name in de acties die onder 'eigen mogelijkheden’ worden beschreven. Mevrouw verleent geen medewerking aan pogingen om opnieuw met elkaar in gesprek te gaan en/of nader onderzoek te doen. Het college is van mening dat, gelet op artikel 3.2.4 van de beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Dinkelland 2025, van mevrouw gevraagd kan worden haar levensstijl op het punt van het verticaal verplaatsen aan te passen en daarnaast haar woning geschikt is om heringericht te worden kan worden voorkomen dat een woningaanpassing moet worden verstrekt. Er wordt op basis van het onderzoek geen maatwerkvoorziening toegekend op grond van de WMO.”

Beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank beoordeelt de rechtmatigheid van het bestreden besluit waarin het college de aanvraag van eiseres om een maatwerkvoorziening heeft afgewezen.
Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
Beroepsgronden
5. Eiseres stelt samengevat weergegeven dat ten onrechte geen maatwerkvoorziening is verstrekt in de vorm van een traplift. De genoemde voorzieningen voldoen niet. Op het moment van haar aanvraag voldeden ze al niet en gelet op haar progressieve ziekte in de toekomst helemaal niet.
Eiseres heeft steeds meer moeite met traplopen vanwege verminderde longinhoud. Door haar ziekte, uitzaaiingen in botten en lymfeklieren als gevolg van kanker en osteoporose, zakken de ruggenwervels steeds verder in. Hierdoor komen organen en longen in de verdrukking, wat leidt tot een verminderde longinhoud met benauwdheid als gevolg. Uitzaaiingen in de botten leiden tot verergering van pijnklachten in heupen en benen. Het vorenstaande maakt het noodzakelijk een traplift aan te vragen bij het college.
Eiseres betwist dat zij niet met het college in gesprek heeft willen gaan en stelt dat het college doelbewust een onjuiste weergave geeft van de feiten. Eiseres stelt dat het college op een zestal punten procedureel onjuist heeft gehandeld.
Ten onrechte heeft het college gesteld dat zij een handtekening moest zetten onder het advies waarin de traplift werd afgewezen, anders kon zij geen aanvraag doen op grond van de WMO 2015;
-het college heeft ten onrechte het verslag van het keukentafelgesprek achter gehouden;
-ten onrechte heeft het college een voorgenomen besluit willen toelichten en vooraf willen vragen wat eiseres vond van het onderzoek;
-er is een e-mail foutief weergegeven door [naam 1] ;
-de “Methode andere aanpak”, heeft niet plaatsgevonden waardoor sprake is van valsheid in geschrifte door [naam 2] ;
-in de beslissing op bezwaar is gelet op het voorgaande sprake van valsheid in geschrifte. Hierdoor heeft eiseres er geen vertrouwen meer in dat het college haar een maatwerkvoorziening zou willen verstrekken. Temeer daar uit het verkregen stuk na een WOO-verzoek blijkt dat het college bijna altijd de traplift toekent na een aanvraag.
Eiseres wijst er ten slotte op dat zij wel degelijk mee wilde werken. Zij wilde alleen niet meer mee werken aan een zogenoemd onafhankelijk advies, omdat haar situatie voor het college inmiddels voldoende duidelijk zou moeten zijn. Eiseres heeft daarbij gewezen op de medische informatie van haar internist en huisarts.
Beoordeling van de beroepsgronden
6. Ter beoordeling is of het college zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat geen maatwerkvoorziening verstrekt hoefde te worden.
6.1
Aan het besluit ligt - samengevat weergegeven - ten grondslag dat van eiseres mocht worden gevergd dat zij zou meewerken aan het noodzakelijk geachte nadere onderzoek en dat bij het ontbreken van die medewerking het college niet anders kon dan terugvallen op de eerdere in het primaire besluit gemotiveerde weigering.
6.2
In artikel 2.3.8, derde lid, van de WMO 2015 is de medewerkingsverplichting opgenomen, inhoudende dat de aanvrager verplicht is aan het college desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de WMO 2015.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college terecht geconcludeerd dat eiseres niet heeft voldaan aan haar verplichting om mee te werken en vervolgens terecht de aanvraag voor een traplift afgewezen. Door het ontbreken van de medewerking kon niet worden vastgesteld dat aan eiseres op grond van artikel 2.3.1 van de WMO 2015 een traplift zou moeten worden verstrekt. Deze beslissing is gebaseerd op de volgende overwegingen.
6.3.1
De afwijzing van de gevraagde traplift was bij het primaire besluit van 23 augustus 2024 gebaseerd op wat door medewerkers van het college was vastgesteld na een huisbezoek op 13 juni 2024. Nadat eiseres bezwaar had gemaakt tegen voornoemd besluit heeft het college geconcludeerd dat het onderzoek niet zorgvuldig is geweest en bij brief van 17 oktober 2024 aan eiseres gemeld dat onvoldoende onderzoek is verricht naar de feiten. Het college heeft verduidelijkt dat onvoldoende duidelijk is welke problemen exact bestaan met het gebruik van de woning en in hoeverre eiseres nog in staat is om trap te lopen en of van haar gevraagd kan worden het traplopen te beperken. Het college heeft in de brief van 17 oktober 2024 eiseres bericht dat daarom is besloten onafhankelijk medisch advies op te vragen bij Ausems&Kerkvliet en dat dit op korte termijn bij eiseres thuis zal plaats vinden.
6.3.2
Als reactie hierop meldt eiseres in de brief van 23 oktober 2024:
“Uw brief d.d. 17 oktober 2024 heb ik in goede orde ontvangen. Hierin wordt medegedeeld dat de gemeente een "onafhankelijk" medisch advies opvraagt bij Ausems & Kerkvliet. Dit onderzoek zal op korte termijn bij mij thuis plaatsvinden, aldus de gemeente. Middels deze brief deel ik mede dat ik geen medewerking verleen aan dit onderzoek.”
In de brief heeft eiseres deze opstelling vervolgens toegelicht. Volgens eiseres is -samengevat weergegeven - haar medische situatie voldoende duidelijk en is er geen vertrouwen meer in de gemeente en ook niet in een door de gemeente gevraagd onafhankelijk medisch advies. Eiseres zal nog nadere medische informatie aanleveren via een verklaring van haar huisarts, wat eiseres op 28 oktober 2024 heeft gedaan met een verklaring van 23 oktober 2024.
6.3.3
Zoals het college ook heeft erkend was niet in geschil dat eiseres in een slechte gezondheidssituatie verkeerde en dat sprake was van een slechte prognose. Voor de vraag of de gevraagde traplift een adequate oplossing vormt, vond het college het noodzakelijk nader advies in te winnen. Uit de brief van 17 oktober 2024 blijkt voldoende duidelijk dat dat onderzoek vooral gericht was op het in kaart brengen van de problemen die eiseres ondervindt bij het gebruik van haar woning en was voldoende duidelijk dat dat onderzoek zou plaats vinden via een huisbezoek. Anders dan eiseres kennelijk meent, gaat het dus niet om alleen een medisch onderzoek of om de gestelde diagnoses. En anders dan eiseres veronderstelt, gaat het wel degelijk om een onderzoek thuis bij eiseres.
6.3.4
Ter zitting bij de rechtbank is met de gemachtigde van eiseres besproken of eiseres alsnog bereid is om mee te werken met zo’n uitgebreider onderzoek bij haar thuis. De gemachtigde heeft meerdere malen duidelijk gemaakt dat er geen vertrouwen in het college meer bestaat en dat aan een onderzoek daarom geen medewerking wordt verleend. Ter zitting heeft haar gemachtigde aangevoerd dat eiseres van mening is dat op grond van de aanwezige gegevens duidelijk is dat zij recht heeft op een traplift en de rechtbank verzocht aldus te beslissen.
6.3.5
Dat en waarom geen vertrouwen bestaat in het college heeft de gemachtigde verwoord in het beroepschrift. Hierop heeft het college gereageerd in het verweerschrift. Zoals hiervoor is geschetst, heeft het college zelf ook geconstateerd dat het onderzoek dat ten grondslag lag aan de afwijzing bij het primaire besluit onvoldoende zorgvuldig was en onvoldoende feitelijke gegevens heeft opgeleverd om de aanvraag van een traplift op te kunnen baseren. Het college heeft ook in het bestreden besluit verwezen naar het advies van de bezwaaradviescommissie die dit eveneens constateerde. Het college heeft ter zitting ook aangegeven haar werkwijze op onderdelen aan te passen naar aanleiding van het advies.
Het college is in dit geval op grond van de WMO 2015 het bestuursorgaan dat dient te beslissen op de aanvraag en het college achtte een onafhankelijk onderzoek aangewezen. Naar het oordeel van de rechtbank terecht.
6.3.6
Dat de gemachtigde van eiseres meende dat het ging om alleen een medisch onderzoek en dat dat onderzoek niet ter plekke in het huis van eiseres zou plaats vinden is betreurenswaardig, omdat dit op een misverstand berust. Gelet op onder meer de duidelijke aanduiding in de brief van 17 oktober 2024, maar gelet ook op wat hieromtrent ter zitting van de rechtbank is besproken, had inmiddels duidelijk moeten zijn dat het om meer ging dan een medisch onderzoek en dat het wel thuis bij eiseres zou plaats vinden.
De rechtbank betreurt dat eiseres niet alsnog mee wilde werken en dat daarmee een inhoudelijke beslissing op juiste gegevens door het college van de aanvraag niet heeft kunnen plaats vinden. Dat eiseres is blijven volharden in de weigering om aan dit onderzoek mee te werken, dient naar het oordeel van de rechtbank voor het risico van eiseres te komen. Wat eiseres als kritiek op het handelen van het college en op de gevolgde procedure naar voren heeft gebracht kan de rechtbank niet tot een andere beslissing leiden.
6.3.7
Nu er geen rapport beschikbaar is, waarin de resultaten van een onderzoek naar de gezondheidssituatie van eiseres in relatie tot de situatie in haar huis en de belemmeringen die zij ondervindt zijn vastgelegd, heeft het college ervoor gekozen terug te vallen op het eerdere huisbezoek en daarmee op de weigering aan eiseres een traplift te verstrekken. De rechtbank kan het college volgen in deze gang van zaken en de uiteindelijke beslissing om nu geen traplift te verstrekken.
6.3.8
Uit de wel beschikbare gegevens kan weliswaar worden afgeleid dat de woning van eiseres waarschijnlijk te grote belemmeringen heeft gelet op haar gezondheidssituatie. Het is echter wel nodig goed onderzoek te doen naar wat dan wel een goede oplossing is. Dat ontbreekt nu omdat eiseres daaraan niet wil meewerken.
7. Dit brengt de rechtbank tot de conclusie dat het college de aanvraag terecht heeft afgewezen en bij het bestreden besluit terecht de bezwaren van eiseres ongegrond heeft verklaard. Het beroep van eiseres slaagt daarom niet.
8. De rechtbank hoopt dat partijen na het lezen van deze uitspraak alsnog in overleg zullen treden om tot een goede oplossing van de ontstane situatie te komen.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.T. de Kwaasteniet, rechter, in aanwezigheid van
mr.E.G.M. ten Kate, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Wet maatschappelijke ondersteuning 2015
Artikel 2.3.2
1. Indien bij het college melding wordt gedaan van een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning, voert het college in samenspraak met degene door of namens wie de melding is gedaan en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers dan wel diens vertegenwoordiger, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken, een onderzoek uit overeenkomstig het tweede tot en met achtste lid. Het college bevestigt de ontvangst van de melding.
2 Voordat het onderzoek van start gaat, kan de cliënt het college een persoonlijk plan overhandigen waarin hij de omstandigheden, bedoeld in het vierde lid, onderdelen a tot en met g, beschrijft en aangeeft welke maatschappelijke ondersteuning naar zijn mening het meest is aangewezen. Het college brengt de cliënt van deze mogelijkheid op de hoogte en stelt hem gedurende zeven dagen na de melding, bedoeld in het eerste lid, in de gelegenheid het plan te overhandigen.
3 Het college wijst de cliënt en zijn mantelzorger voor het onderzoek op de mogelijkheid gebruik te maken van gratis cliëntondersteuning.
4 Het college onderzoekt:
a. de behoeften, persoonskenmerken en de voorkeuren van de cliënt;
de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te verbeteren of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;
de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;
de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt;
de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, onderscheidenlijk de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;
de mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met het oog op de behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid, zijn participatie of aan beschermd wonen of opvang;
welke bijdragen in de kosten de cliënt met toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.1.4 en 2.1.4a, verschuldigd zal zijn.
5 Indien de cliënt een persoonlijk plan als bedoeld in het tweede lid aan het college heeft overhandigd, betrekt het college dat plan bij het onderzoek als bedoeld in het vierde lid, onderdelen a tot en met g.
6 Bij het onderzoek wordt aan de cliënt dan wel diens vertegenwoordiger medegedeeld welke mogelijkheden bestaan om te kiezen voor de verstrekking van een persoonsgebonden budget. De cliënt dan wel diens vertegenwoordiger wordt in begrijpelijke bewoordingen ingelicht over de gevolgen van die keuze.
7 De cliënt dan wel diens vertegenwoordiger verschaft het college de gegevens en bescheiden die voor het onderzoek nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.
8 Het college verstrekt de cliënt dan wel diens vertegenwoordiger een schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek.
9 Een aanvraag als bedoeld in artikel 2.3.5 kan niet worden gedaan dan nadat het onderzoek is uitgevoerd, tenzij het onderzoek niet is uitgevoerd binnen de in het eerste lid genoemde termijn.
Artikel 2.3.8
1. De cliënt doet aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6.
2 De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt niet indien die feiten en omstandigheden door het college kunnen worden vastgesteld op grond van bij wettelijk voorschrift als authentiek aangemerkte gegevens of kunnen worden verkregen uit bij regeling van Onze Minister aan te wijzen administraties.
3 De cliënt is verplicht aan het college desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet.
Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Dinkelland 2025
Artikel 2.6 De aanvraag
1. Een aanvraag voor een maatwerkvoorziening kan pas worden gedaan nadat het onderzoek is uitgevoerd, tenzij het onderzoek niet is uitgevoerd binnen zes weken na de melding van de hulpvraag.
2. De aanvraag die wordt ingediend nadat de geldigheid van het verslag is verstreken wordt als (nieuwe) melding aangemerkt, tenzij er naar oordeel van het college geen wijzigingen hebben plaatsgevonden in de feiten en omstandigheden.
3. Een op voorgeschreven wijze ingevuld en door de cliënt ondertekend verslag merkt het college aan als aanvraag.
4. De cliënt die een aanvraag indient, kan opmerkingen aan het verslag toevoegen.
5. Het college is bevoegd de beslistermijn als bedoeld in artikel 2.3.5, tweede lid, van de wet op te schorten als voor de beoordeling van de aanspraak een deskundigenadvies nodig is.
6. De bevoegdheid als bedoeld in het vorige lid is ook van toepassing als de cliënt geen of onvoldoende gegevens heeft verstrekt als bedoeld in artikel 2.3.2, zevende lid, van de wet.
Artikel 2.7 Advisering bij melding of aanvraag
1. Het college kan om deskundigenadvies vragen voor zover dit van belang is voor het onderzoek of de beoordeling van de aanvraag.
2. De cliënt dan wel zijn huisgenoot verleent zijn medewerking aan het onderzoek.
3. Het college kan ook deskundigenadvies vragen aan een aanbieder over welke ondersteuning het best (goedkoopst) passend is voor de cliënt.
Artikel 3.3 Criteria maatwerkvoorzieningen algemeen
1.Er bestaat slechts aanspraak op een maatwerkvoorziening voor zover deze:
a. noodzakelijk is om de cliënt in redelijke mate in staat te stellen tot zelfredzaamheid of participatie met het oog op het zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven;
als goedkoopst passende bijdrage is aan te merken;
in overwegende mate op de cliënt is gericht.
2.Geen aanspraak op een maatwerkvoorziening bestaat als:
a. een maatwerkvoorziening, waarop de aanvraag betrekking heeft, al in het kader van enige wettelijke bepaling of regeling aan de cliënt is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn nog niet is verstreken, tenzij deze verloren is gegaan door omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen;
de cliënt in redelijkheid van hem te vergen mogelijkheden heeft om voor een passende oplossing te zorgen voor de beperkingen in diens zelfredzaamheid of participatie;
de cliënt gelet op de noodzaak tot maatschappelijke ondersteuning aanspraak kan maken op een voorliggende voorziening.
Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Dinkelland 2025
2.1
Inleiding
De wet schrijft voor dat de burger met een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning zijn hulpvraag eerst moet melden bij het college. Dan bestaat er recht op een onderzoek. Het college kan op deze manier in samenspraak met de cliënt en zijn eventuele mantelzorger eerst zorgvuldig de ondersteuningsbehoefte en de mogelijke oplossingen in kaart brengen. De wet voorziet in voorwaarden waaraan een goed onderzoek ten minste moet voldoen en bepaalt welke onderwerpen in ieder geval in het onderzoek (na de melding van de hulpvraag) moeten worden meegenomen. Pas na het verstrekken van het verslag met de onderzoeksresultaten kan een aanvraag worden gedaan. De regels van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn niet van toepassing op de procedure van de melding en het onderzoek. Het onderzoek behoort wel tot de voorbereiding van het besluit als de aanvraag wordt ingediend (art. 3:2 Awb Pro).
Verordening.
De Wmo 2015 schrijft voor dat het college een verslag aan de cliënt verstrekt met daarin de resultaten van het onderzoek. Daaruit kan de cliënt tevens afleiden of hij in aanmerking komt voor ondersteuning. De verordening maakt één uitzondering op het voeren van een gesprek en het verstrekken van een verslag. Namelijk als de ondersteuningsbehoefte genoegzaam bekend is bij het college én de cliënt daarvoor toestemming geeft. Na de melding wordt de cliënt in de gelegenheid gesteld zijn eigen persoonlijk plan in te dienen. Daaruit kan het college afleiden waarom de cliënt van mening is dat hij ondersteuning van de gemeente nodig heeft.
(…)
Nadat het onderzoek is afgerond kan de cliënt een aanvraag indienen. Daarvoor kan het verslag op voorgeschreven wijze worden gebruikt. Bij de beslissing op de aanvraag vormt het verslag en het eventueel ingediende persoonlijk plan van de cliënt het uitgangspunt.
3.2.4
Eigen verantwoordelijkheid valt ook onder eigen kracht
Artikel 2.3.5 lid 3 Wmo 2015
Artikel 3.3 lid 2 onder b Verordening
Herinrichting woning
Van de cliënt kan worden gevergd dat de woning zodanig wordt ingericht of heringericht dat bijvoorbeeld wordt voorkomen dat een woningaanpassing moet worden verstrekt (vergelijk CRVB:2011:BQ8290 en CRVB:2016:429).