Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
dan weldat hij samen met een ander die [slachtoffer] heeft mishandeld (subsidiair).
Rechtbank Overijssel
Op 2 oktober 2025 heeft de rechtbank Overijssel uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van mishandeling met een metalen honkbalknuppel en/of het schoppen van het slachtoffer op of omstreeks 26 april 2024 in Zwolle.
De officier van justitie vorderde vrijspraak van het primair ten laste gelegde feit en bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde feit. De verdediging voerde noodweer aan en verzocht ontslag van alle rechtsvervolging.
De rechtbank oordeelde dat hoewel het slachtoffer letsel had opgelopen, niet kon worden vastgesteld dat verdachte dit letsel had veroorzaakt. Er ontbraken verklaringen en bewijsmiddelen die het handelen van verdachte konden verbinden aan het letsel. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van zowel het primair als het subsidiair ten laste gelegde feit.
De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding en verwezen naar de burgerlijke rechter.
De uitspraak werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Overijssel en in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2025.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij het letsel van het slachtoffer heeft veroorzaakt.