ECLI:NL:RBOVE:2025:583
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen omgevingsvergunning voor het kappen van tien bomen afgewezen
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van Deventer aan Stichting Carmelcollege heeft verleend voor het kappen van tien bomen aan een adres. Het college had aanvankelijk het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van bezwaargronden, maar heeft dit later herroepen en het primaire besluit in stand gelaten met een aanvullende motivering.
De rechtbank heeft allereerst ambtshalve het procesbelang van eiseres beoordeeld, aangezien de bomen inmiddels zijn gekapt. De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van belang, maar dat het beroep tegen het tweede besluit ontvankelijk is. Eiseres heeft echter geen inhoudelijke beroepsgronden tegen het tweede besluit aangevoerd.
De rechtbank concludeert dat er geen schending van de hoorplicht heeft plaatsgevonden, omdat eiseres uitdrukkelijk was uitgenodigd voor de hoorzitting maar zonder bericht niet is verschenen. Het beroep tegen het tweede besluit wordt daarom ongegrond verklaard, waardoor de omgevingsvergunning in stand blijft.
Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiseres, omdat het college het eerste besluit onrechtmatig heeft genomen door ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren. De proceskostenvergoeding bedraagt €1.554,- en het griffierecht €184,-.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste besluit is niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond, waardoor de omgevingsvergunning in stand blijft.