De rechtbank Overijssel behandelde een echtscheidingszaak tussen een Pools echtpaar met twee minderjarige kinderen. Partijen waren gehuwd zonder huwelijkse voorwaarden en hadden geen ouderschapsplan kunnen opstellen. De rechtbank stelde vast dat zij internationaal bevoegd was en dat Nederlands recht van toepassing was.
De rechtbank bepaalde dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de vrouw zouden hebben, gelet op haar rol als hoofdzorgverlener en de problematische woonruimte van de man. De zorgregeling werd vastgesteld als een minimumregeling met omgang bij de man eens per twee weken op zaterdag, met mogelijkheid tot uitbreiding onder regie van de gecertificeerde instelling (GI).
De man had geen draagkracht voor kinderalimentatie vanwege schulden en leaseverplichtingen, waardoor de alimentatie op nihil werd vastgesteld. De vrouw werd huurder van de echtelijke woning, en de rechtbank bepaalde de verdeling van de wettelijke beperkte gemeenschap van goederen, waarbij de inboedel aan de vrouw toekwam, belastingschulden werden verdeeld en persoonlijke goederen van de man werden erkend.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad behalve voor de echtscheiding zelf en het huurrecht, en partijen dragen elk hun eigen proceskosten. Verzoeken die niet werden toegewezen werden afgewezen.