ECLI:NL:RBOVE:2025:5860
Rechtbank Overijssel
- Beschikking
- C.W. Couperus - van Kooten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot uithuisplaatsing minderjarige wegens onvoldoende verbetering ouders
De kinderrechter van de Rechtbank Overijssel behandelde op 25 september 2025 het verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige. De minderjarige verblijft bij de vader en het verzoek betrof plaatsing in een pleeggezin gedurende de ondertoezichtstelling.
De GI maakte zich ernstige zorgen over de onrust en conflicten tussen de ouders, die de minderjarige als getuige meemaakte. Ondanks inzet van hulpverlening bleef het patroon van ruzies en het niet naleven van afspraken bestaan. De ouders gingen recent uit elkaar en er waren voorzichtig positieve ontwikkelingen, maar deze waren nog pril.
De moeder en vader waren het niet eens met het verzoek; zij wilden dat de minderjarige bij hen of binnen het netwerk bleef wonen. De kinderrechter oordeelde dat een uithuisplaatsing te ingrijpend zou zijn voor de minderjarige, die niet gewend is te logeren en mogelijk niet op dezelfde school kan blijven. De kinderrechter gaf de ouders een laatste kans om zich aan afspraken te houden en de situatie blijvend te verbeteren.
De beslissing werd aangehouden tot een zitting in januari 2026, waarbij de voortgang wordt geëvalueerd. De kinderrechter benadrukte dat bij blijvende ernstige zorgen de GI eerder een nieuwe zitting kan verzoeken. De minderjarige blijft voorlopig bij de vader wonen.
Uitkomst: Verzoek tot uithuisplaatsing afgewezen; minderjarige blijft voorlopig bij vader wonen met monitoring.