Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsmotivering
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
diefstal.
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
De ISD-maatregel wordt beschouwd als een uiterst middel. Verdachte heeft problemen op verschillende leefgebieden, kampt met een drugsverslaving en heeft onvoldoende zelfinzicht. Er is sprake van een hoge kans op recidive. Eerdere hulpverleningstrajecten, vrijwillig en gedwongen, en eerder reclasseringstoezicht hebben niet tot minder recidive geleid. In het reclasseringsadvies komt bovendien naar voren dat verdachte is gerecidiveerd, nadat meermaals met hem was besproken dat bij recidive een ISD-maatregel aan de orde zou kunnen komen. Gelet op deze omstandigheden acht de rechtbank ter beveiliging van de maatschappij en ter beëindiging van recidive door verdachte nodig dat aan verdachte een onvoorwaardelijke ISD-maatregel wordt opgelegd. Alternatieven, zoals een voorwaardelijke ISD-maatregel of een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, zijn naar het oordeel van de rechtbank niet toereikend.
7.De toegepaste wettelijke voorschriften
8.De beslissing
diefstal;
maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD) voor de duur van twee jaren.