De rechtbank Overijssel behandelde op 21 januari 2025 de zaak tegen een 44-jarige man die werd verdacht van twee feiten: het bedreigen van een persoon via WhatsApp met de dood of zware mishandeling en het voorhanden hebben van een vuurwapen met munitie. De bedreiging betrof een bericht waarin verdachte zijn slachtoffer onder meer dreigde met het terugbrengen van een gestolen ring en het geven van klappen, waarbij verdachte stelde dat het woord 'koude' in het bericht een automatische correctie was en hij eigenlijk 'kouwe' bedoelde.
De rechtbank oordeelde dat de bedreiging met de dood niet wettig en overtuigend was bewezen, mede omdat het wapen niet aan het slachtoffer was getoond en de bedreiging niet expliciet met het vuurwapen was. Wel werd bewezen geacht dat verdachte heeft bedreigd met zware mishandeling. Daarnaast werd bewezen verklaard dat verdachte op 6 oktober 2024 een schietklaar vuurwapen van categorie III en twee scherpe patronen in zijn woning had, waar ook zijn vrouw en twee jonge kinderen toegang toe hadden.
Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden, met aftrek van de tijd die hij in voorarrest had doorgebracht. De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, het gevaar van het schietklare wapen in een woning met kinderen, en het feit dat verdachte eerder soortgelijke feiten had gepleegd. De straf wordt volledig uitgevoerd in detentie, met mogelijke deelname aan een penitentiair programma.