ECLI:NL:RBOVE:2025:6032
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over vaststelling arbeidsongeschiktheid wegens onvoldoende rekening herstelbehoefte
Eiseres, voormalig werknemer bij de Nederlandse Spoorwegen, maakte bezwaar tegen de vaststelling van haar arbeidsongeschiktheid door het UWV, dat haar op 59,10% arbeidsongeschikt had gesteld. Zij stelde dat haar urenbeperking onvoldoende rekening hield met de herstelbehoefte tussen haar intensieve revalidatiebehandelingen.
De rechtbank behandelde het beroep en stelde vast dat het UWV wel rekening had gehouden met de behandelingen zelf (ongeveer 2x 5 uur per week), maar niet met de noodzakelijke hersteltijd tussen deze behandelingen. De revalidatiearts bevestigde dat eiseres tussen de behandelingen hersteltijd nodig had, maar gaf geen exacte uren aan. De verzekeringsarts bezwaar en beroep vond geen aanleiding voor een verdere beperking, maar de rechtbank oordeelde dat dit onvoldoende onderbouwd was.
De rechtbank concludeerde dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met de herstelbehoefte, waardoor het besluit in strijd was met de Awb. Het bestreden besluit werd vernietigd en het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de herstelbehoefte. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt gegrond verklaard en het UWV-besluit vernietigd wegens onvoldoende rekening houden met herstelbehoefte tussen revalidatiebehandelingen.