Uitspraak
1.Samenvatting
2.De procedure
- de conclusie van antwoord;
- de mondelinge behandeling van 14 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de pleitaantekeningen van [eiser].
Rechtbank Overijssel
Eiser woont sinds 1 mei 2025 in het bijgebouw van de woning van gedaagde. De nutsvoorzieningen zoals gas, water, elektriciteit, ethernet en wifi zijn door gedaagde verbroken. Eiser stelt dat partijen een huurovereenkomst hebben gesloten en vordert dat gedaagde wordt veroordeeld om de nutsvoorzieningen weer aan te sluiten en hem rustig woongenot te verschaffen. Gedaagde betwist het bestaan van een huurovereenkomst en voert aan dat de betalingen slechts vergoeding voor nutsvoorzieningen waren.
De kantonrechter beoordeelt in kort geding of eiser een spoedeisend belang heeft en of de vorderingen kans van slagen hebben in de bodemprocedure. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van een huurovereenkomst, omdat hij niet heeft onderbouwd dat hij daadwerkelijk huur heeft betaald. De door eiser gestelde betalingen zijn niet voldoende bewezen en kunnen ook als vergoeding voor nutsvoorzieningen worden gezien.
Omdat het bestaan van een huurovereenkomst niet is vastgesteld, kan niet worden geoordeeld dat gedaagde verplicht is de nutsvoorzieningen aan te sluiten en rustig woongenot te verschaffen. De vorderingen worden daarom afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: Vorderingen van eiser worden afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van huurovereenkomst.