Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de conclusie van antwoord;
2.De zaak in het kort
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
‘je bent bang dat mijn hulp te veel is en dat je me iets verschuldigd bent ook al zeg ik dat niet.’De volgende dag vraagt [eiser] om het nummer van [gedaagde] , en stelt vervolgens voor om haar nummer te ruilen tegen een bedrag van € 100,-:
‘Alleen in ruil voor jouw nummer. Of is dat geen eerlijke ruil? Plus een paar verrassingen deze maand!’Er wordt dus gesproken over hulp, ruilen, verrassingen en het niets verschuldigd zijn.
‘Ik zou die 1200 zeker terugbetalen. Ik denk dat ik dat voor kerst kan doen.’Uit de correspondentie blijkt dus dat partijen in ieder geval hebben afgesproken dat [gedaagde] het bedrag van € 1.200,- zal terugbetalen. Dit bedrag moet [gedaagde] dus ook terugbetalen. Uit de overgelegde stukken blijkt niet dat [gedaagde] het bedrag van € 300,- ook zou terugbetalen. Nu [gedaagde] heeft betwist dat zij dit bedrag heeft geleend en niet kan worden vastgesteld dat zij heeft toegezegd dit bedrag terug te betalen, heeft [eiser] onvoldoende onderbouwd dat sprake is van een geldlening. [gedaagde] hoeft dit bedrag daarom niet op die grond terug te betalen.
‘Ik help je’. Ook zegt [eiser] nog dat hij [gedaagde] cash wat extra euro’s
‘geeft’. Uit de stukken blijkt niet dat partijen hebben afgesproken dat [gedaagde] dit bedrag moet terugbetalen en daarom wordt dit gedeelte van het gevorderde op die grond ook afgewezen.
‘helpen’van [gedaagde] , over
‘altruïsme’, het
‘meer willen zijn dan alleen een vriend’en over zijn hoop
‘ook deel van haar leven te zijn’. De toon van de berichten sluit aan bij de stelling van [gedaagde] dat [eiser] haar bedragen heeft geschonken. Gelet daarop heeft [eiser] onvoldoende onderbouwd gesteld dat de bedragen zonder rechtsgrond zijn overgemaakt.