Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsmotivering
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
diefstal;
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen, meermalen gepleegd;
mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn vader tot wie hij in familierechtelijke betrekking staat;
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;
mishandeling;
eenvoudige belediging;
mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De schade van de benadeelden
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
205 (tweehonderdvijf) dagen;
30 (dertig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaardendat verdachte:
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat de verdachte:
dadelijk uitvoerbaarzijn;
hefthet (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis
opmet ingang van heden.
[slachtoffer 6] (08.186620.24)en
[bedrijf] (08.286098.24; feit 1)in het geheel
niet-ontvankelijkzijn in de
vorderingen,en dat de benadeelde partijen de vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen;
Mediant (08.174843.24; feit 1)van een bedrag van
€ 4.328,00(bestaande uit materiële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 mei 2024;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 4.328,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 mei 2024 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzelingvoor de duur van
één dagkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[slachtoffer 5] (08.174843.24; feit 2)van een bedrag van
€ 1.228,15(bestaande uit materiële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 mei 2024;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.228,15, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 mei 2024 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzelingvoor de duur van
één dagkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
Thuisteam Twente (08.286098.24; feit 2) van een bedrag van
€ 3.071,00(bestaande uit materiële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 september 2024;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 3.071,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 september 2024 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzelingvoor de duur van
één dagkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[slachtoffer 7] (08.286098.24; feit 3)van een bedrag van
€ 1.965,40(bestaande uit materiële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 september 2024;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.965,40, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 september 2024 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzelingvoor de duur van
één dagkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[slachtoffer 2] (08.316732.24; feit 1)van een bedrag van
€ 500,00(bestaande uit immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 september 2024;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 september 2024 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzelingvoor de duur van
één dagkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[slachtoffer 3] (08.316732.24; feit 3) van een bedrag van
€ 415,00(bestaande uit immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 september 2024;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 415,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 september 2024 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzelingvoor de duur van
één dagkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
wijstde vordering van de benadeelde partij
gemeente Almelo toetot een bedrag van
€ 188,39;
gemeente Almelo (08.316732.24; feit 2)van een bedrag van
€ 188,39(bestaande uit materiële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 september 2024;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 188,39, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 september 2024 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van
één dagkan worden toegepast.
gemeente Almelovoor het overige deel
niet-ontvankelijkis in de
vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.