Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.De procedure
3.De feiten
In december was leidinggevende heel tevreden over werkhouding en output van de medewerker. Toen in de OPE benoemd dat dit iets is om op door te borduren. Helaas is [partij B] in 2025 niet op dezelfde voet doorgegaan, leidinggevende constateert weer het oude, ongewenst gedrag.
“ik ben het ten zeerste oneens met de inhoud van deze waarschuwing, omdat deze gebaseerd is op vermoedens en niet op objectieve of feitelijke constateringen. Ik bij aanvang van het werk aangegeven dat ik géén alcohol heb gebruikt en heb direct voorgesteld een blaastest te ondergaan. Dat aanbod is door u geweigerd, waardoor ik de kans niet heb gekregen om mijn onschuld aan te tonen”.
“Daaruit volgt dat meneer in principe in staat is tot het doen van passend werk, rekening houdend met de gestelde beperkingen. Echter de nu lopende en onder handen zijnde sancties maken terugkeer in het eigen werk niet maar zo mogelijk. Het advies is dan ook om met elkaar die sancties te bespreken, waar nodig en mogelijk aanvullende afspraken te maken over het functioneren in het werk. Daarna kunnen er reintegratie-afspraken gemaakt worden. Zoals aangegeven is het van belang hierbij rekening te houden met de gestelde beperkingen. Meneer zal ook nog regelmatig tijd nodig hebben om de niet-werkgerelateerde zaken aan te maken. Bespreek hierbij hoe dit praktisch wordt opgelost, bijv gebruik maken van aanwezige verlofregelingen.”
“De eerste dag van uw schorsing is vrijdag 24 mei 2025. Dat betekent dat wij u op dinsdag 3 juni a.s. terug verwachten op het werk. (…) Wij willen u er nadrukkelijk op wijzen dat bij een volgende overtreding stap 6 van de sanctieladder wordt toegepast, hetgeen leidt tot ontslag. Terugval naar een lagere trede op de sanctieladder is mogelijk, mits u gedurende een aaneengesloten periode van één jaar geen overtredingen begaat.”
“De bovengenoemde drie situaties geven ons het vermoeden dat u (nog steeds) regelmatig onder invloed bent. (…) Daarom wijzen wij u er met deze brief op dat uw gedrag volstrekt onacceptabel is en dat u hierbij echt een allerlaatste waarschuwing krijgt. (…) Voor ons is de situatie zodanig dat wij ons afvragen of het verstandig is om de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. U loopt het risico dat u bij een volgende fout op staande voet ontslagen wordt.”
“ook in ander werk, bij een andere werkgever, zal dhr [partij B] op dit moment niet in staat zijn om passend werk op te pakken. (…) De behandeling is opgeschaald. Hopelijk kan meneer hier snel terecht. Dan kan het nog enige tijd duren voordat er herstel vast te stellen zal zijn”
4.Het verzoek, het verweer en het tegenverzoek
5.De beoordeling van het verzoek
6.De beoordeling van het tegenverzoek
7.In het verzoek en tegenverzoek
8.De beslissing
€ 869,70 bruto, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW Pro en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het tijdstip van opeisbaarheid tot aan de algehele voldoening,