ECLI:NL:RBOVE:2025:6237
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens niet-betaling griffierecht
De zaak betreft een verzetprocedure tegen de uitspraak van de rechtbank van 30 april 2025, waarin het beroep van de opposant niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht zonder dat daarvoor een verontschuldiging was aangevoerd.
De rechtbank heeft het verzet op 17 oktober 2025 behandeld, waarbij de opposant niet is verschenen. De rechtbank heeft uitsluitend beoordeeld of de niet-ontvankelijkverklaring terecht was, zonder inhoudelijk op de beroepsgronden in te gaan, omdat het verzet ongegrond werd verklaard.
De rechtbank oordeelde dat het niet tijdig betalen van het griffierecht zonder verontschuldiging een kennelijke reden was om het beroep niet-ontvankelijk te verklaren. In het verzetschrift werden geen gronden aangevoerd die deze beslissing konden betwisten.
Daarom blijft de uitspraak van 30 april 2025 in stand en is het verzet ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep blijft in stand.