Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
- [slachtoffer 1] (zaaksdossier 1)
- [slachtoffer 2] (zaaksdossier 2)
- [slachtoffer 3] & [slachtoffer 4] (zaaksdossier 3)
- [slachtoffer 35] (zaaksdossier 32).
- [slachtoffer 1] (zaaksdossier 1)
- [slachtoffer 2] (zaaksdossier 2)
- [slachtoffer 3] & [slachtoffer 4] (zaaksdossier 3)
- [slachtoffer 35] (zaaksdossier 32).
- [slachtoffer 5] (zaaksdossier 4)
- [slachtoffer 6] (zaaksdossier 5)
- [slachtoffer 7] (zaaksdossier 6)
- [slachtoffer 8] (zaaksdossier 7)
- [slachtoffer 9] (zaaksdossier 8)
- [slachtoffer 36] (zaaksdossier 9)
- [slachtoffer 10] (zaaksdossier 10)
- [slachtoffer 11] (zaaksdossier 11)
- [slachtoffer 12] (zaaksdossier 12)
- [slachtoffer 13] (zaaksdossier 13)
- [slachtoffer 14] (zaaksdossier 14)
- [slachtoffer 16] en [slachtoffer 17] (zaaksdossier 15)
- [slachtoffer 18] (zaaksdossier 16)
- [slachtoffer 19] (zaaksdossier 17)
- [slachtoffer 20] (zaaksdossier 18)
- [slachtoffer 21] (zaaksdossier 19)
- [slachtoffer 22] (zaaksdossier 20)
- [slachtoffer 23] (zaaksdossier 21)
- [slachtoffer 24] (zaaksdossier 22)
- [slachtoffer 25] (zaaksdossier 23)
- [slachtoffer 26] (zaaksdossier 24)
- [slachtoffer 27] (zaaksdossier 25)
- [slachtoffer 28] (zaaksdossier 26)
- [slachtoffer 29] (zaaksdossier 27)
- [slachtoffer 30] (zaaksdossier 28)
- [slachtoffer 31] (zaaksdossier 29)
- [slachtoffer 33] (zaaksdossier 30)
- [slachtoffer 34] (zaaksdossier 31)
- [slachtoffer 32] (zaaksdossier 34)
- [slachtoffer 15] (zaaksdossier 35).
Anydeskmoesten installeren op hun computer, hetgeen vervolgens ook gebeurde, waarna toegang werd verschaft tot de computer van het slachtoffer, en in de digitale rekeningomgeving waarop aangever was ingelogd de maximale pinlimiet werd verhoogd. Dit zou nodig zijn zodat de slachtoffers via de Rabobank dan verzekerd zouden zijn. In het gesprek werd vervolgens aan de slachtoffers verzocht om de pincode door te geven. Vaak middels een zogenaamde beveiligde omgeving, zodat de bankmedewerkster deze niet kon horen. Om vertrouwen te wekken werd door de bankmedewerker in het telefoongesprek een verificatiecode genoemd die degene die de pinpas kwam ophalen moest doorgeven en vaak bleef de bankmedewerkster aan de lijn totdat de collega/koerier was verschenen. De pinpas creditcard, randomreader en/of het contante geld moesten de slachtoffers in een envelop stoppen en afgeven aan de man die aan de deur kwam, te weten [alias 2] (of een variant daarop), en hij zou zich identificeren met de code 8800. Vervolgens verscheen een man aan de deur en deze nam de bankpassen en/of creditcards en/of randomreaders en/of contant geld en/of horloges mee. Nadat de bankpassen waren opgehaald, werd er met die bankpas geld opgenomen van de bankrekening van het betreffende slachtoffer. Op het moment dat de slachtoffers in de gaten kregen dat zij waren opgelicht was het geld in de meeste gevallen al van de rekening opgenomen.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
De aard en de ernst van de gepleegde feiten
De persoon van verdachte
De op te leggen straf
8.De schade van benadeelden
Fraudebedrag en pinpas
Camera deurbel en micro SD-kaart
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
400 (vierhonderd) dagen;
105 (honderdvijf) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
240 (tweehonderdveertig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
120 (honderdtwintig) dagen;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.399,84, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 november 2022 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 7 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 73.469,31, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 maart 2023 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 358 dagen kan worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;