Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de conclusie van antwoord;
2.De zaak in het kort
3.De feiten
8.Buitengerechtelijke kosten en boeterente
4.Het geschil
5.De beoordeling
135,00
Rechtbank Overijssel
BridgeFund en [gedaagde] sloten op 10 augustus 2022 een geldleningsovereenkomst waarbij [gedaagde] financiering ontving voor zijn bouwbedrijf. Na staking en uitschrijving van zijn eenmanszaak op 8 februari 2023 stelde BridgeFund dat de lening ineens opeisbaar was conform de algemene voorwaarden en vorderde betaling van de hoofdsom, contractuele rente en incassokosten.
De kantonrechter oordeelde dat de hoofdsom van €6.671,28 verschuldigd is omdat [gedaagde] de lening erkende en de onderneming had gestaakt, waardoor opeisbaarheid ontstond. De gevorderde boeterente van 2% per maand werd gematigd tot de wettelijke handelsrente van 10,15% per jaar vanaf 3 februari 2025, omdat geen concrete verzuimdatum was gesteld en de bedongen rente disproportioneel hoog was.
De buitengerechtelijke incassokosten werden toegewezen op basis van de algemene voorwaarden, zijnde 15% van de hoofdsom (€1.000,69), zonder btw-verrekening. De proceskosten van €1.636,14 werden aan BridgeFund toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, gematigde wettelijke rente, incassokosten en proceskosten, het overige wordt afgewezen.