Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
2.De zaak in het kort
4.Het geschil
5.De beoordeling
135,00
Rechtbank Overijssel
Tussen eiser, een schoonmaakbedrijf, en gedaagde, een besloten vennootschap, is een overeenkomst gesloten voor schoonmaakdiensten. Eiser mocht haar werkzaamheden opschorten per 9 september 2024 omdat gedaagde facturen over eerdere periodes niet tijdig had betaald ondanks sommatie.
Gedaagde weigerde betaling voor periode 10 omdat er in die periode geen werkzaamheden waren verricht. De kantonrechter oordeelt echter dat de betalingsverplichting blijft bestaan ondanks opschorting, conform de algemene voorwaarden en een arrest van de Hoge Raad van 15 maart 2024.
Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom van € 2.882,55 over periode 10, de wettelijke rente over de openstaande bedragen, incassokosten van € 663,26 en proceskosten van € 1.313,35. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde moet de factuur over periode 10, wettelijke rente, incassokosten en proceskosten betalen ondanks opschorting werkzaamheden.