Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.De beoordeling
4.De beslissing
[kind 1],geboren in [geboorteplaats 1], België, op [geboortedatum 1] 2015, en
[kind 2],geboren in [geboorteplaats 2], België, op [geboortedatum 2] 2013.
Rechtbank Overijssel
De rechtbank Overijssel ontving een verzoek van de rechtbank Limburg (België) om de bevoegdheid te aanvaarden inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid over twee minderjarige kinderen. Deze kinderen verblijven sinds 4 februari 2024 met instemming van de ouders voltijds in Nederland bij hun grootmoeders en zijn ingeschreven op een Nederlandse basisschool.
De rechtbank Overijssel beoordeelde of de kinderen een bijzondere band met Nederland hebben en of het in hun belang is dat de Nederlandse rechter de bevoegdheid uitoefent. Gezien het langdurige verblijf, de inschrijving op school en de Nederlandse nationaliteit van de kinderen, oordeelde de rechtbank dat deze bijzondere band aanwezig is.
Daarnaast werd vastgesteld dat de Nederlandse rechter beter in staat is om hulpverlening te organiseren en sneller beslissingen te nemen vanwege de lokale aanwezigheid. De rechtbank aanvaardde daarom de bevoegdheid op grond van artikel 12 van Pro de Brussel II-ter verordening, waarbij de Belgische rechter wordt verzocht af te zien van het uitoefenen van deze bevoegdheid.
De beschikking betekent niet dat lopende procedures in België automatisch worden overgedragen; er dient een nieuw verzoek in Nederland te worden ingediend. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open binnen drie maanden, uitsluitend via advocaat.
Uitkomst: De rechtbank Overijssel aanvaardt de bevoegdheid ter zake de ouderlijke verantwoordelijkheid over de minderjarige kinderen op grond van artikel 12 Brussel II-ter.