ECLI:NL:RBOVE:2025:6398
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding na intrekking beroepen tegen UWV-besluiten
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen besluiten van het UWV betreffende een WW-uitkering wegens betalingsonmacht van haar ex-werkgever. Nadat het UWV haar bezwaren gegrond verklaarde en een nieuwe beslissing nam die haar tegemoetkwam, trok verzoekster haar beroepen in. De rechtbank beoordeelt daarop het verzoek om proceskostenvergoeding.
De rechtbank stelt vast dat het UWV met de nieuwe beslissing tegemoet is gekomen aan verzoekster door de uitkering uit te breiden over een langere periode dan aanvankelijk toegekend. Op grond hiervan kan de rechtbank het UWV veroordelen tot betaling van proceskosten.
De proceskostenvergoeding wordt berekend volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), waarbij de kosten van rechtsbijstand door een gemachtigde worden vergoed. Verzoekster ontvangt een vergoeding van €907,- voor de beroepsprocedures en het griffierecht van €106,- wordt eveneens vergoed.
De rechtbank wijst het verzoek tot proceskostenvergoeding toe en veroordeelt het UWV tot betaling van genoemde bedragen. De uitspraak is gedaan zonder zitting en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot verzet.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €907,- aan proceskosten en €106,- aan griffierecht aan verzoekster.