ECLI:NL:RBOVE:2025:6413
Rechtbank Overijssel
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters raadkamer wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de voorzitter en leden van de raadkamer vanwege vermoedens van vooringenomenheid tijdens een raadkamerzitting over voorlopige hechtenis. Verzoeker voelde zich niet gehoord en vond dat hij onvoldoende gelegenheid kreeg zijn rol als ICT-er toe te lichten. Ook stelde hij dat de rechters geen kennis hadden van complexe webomgevingen en niet openstonden voor uitleg.
De rechtbank beoordeelde het verzoek objectief en concludeerde dat de rechters niet partijdig waren en dat de indruk van vooringenomenheid niet gegrond was. De raadkamer had al ruime gelegenheid gegeven aan de verdediging om haar standpunt toe te lichten, en kritische bevraging door de rechters valt binnen hun taak en bevoegdheid.
Gezien het beperkte toetsingskader bij voorlopige hechtenis en het feit dat de verdediging voldoende aan bod was gekomen, oordeelde de rechtbank dat het wrakingsverzoek ongegrond is. De beslissing werd op 2 september 2025 in openbaar uitgesproken en is niet vatbaar voor rechtsmiddel.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters van de raadkamer wordt ongegrond verklaard en afgewezen.