Worktrans Dienstverlening B.V. heeft veertien facturen onbetaald gekregen van een vennootschap ([gedaagde 1]) waarvoor zij chauffeurs leverde. Worktrans vordert betaling van deze facturen en stelt daarnaast de bestuurder ([gedaagde 2]) persoonlijk aansprakelijk wegens onrechtmatig handelen. De rechtbank constateert dat [gedaagde 1] op 28 november 2024 is ontbonden en wegens gebrek aan baten is opgehouden te bestaan, waardoor Worktrans niet-ontvankelijk is in haar vordering tegen deze vennootschap.
Ten aanzien van de bestuurder stelt de rechtbank vast dat voor bestuurdersaansprakelijkheid een hoge norm geldt, waarbij sprake moet zijn van een ernstig persoonlijk verwijt. Uit de feiten blijkt dat [gedaagde 2] niet wist of behoorde te weten dat de vennootschap haar betalingsverplichtingen niet zou kunnen nakomen. Ook heeft Worktrans zelf het risico genomen door door te gaan met het uitlenen van chauffeurs ondanks de financiële situatie.
De rechtbank oordeelt dat de Beklamel-norm niet is gehaald en dat er geen concreet verwijt is gemaakt omtrent het handelen van de bestuurder. De vorderingen tegen [gedaagde 2] worden daarom afgewezen. Worktrans wordt veroordeeld in de proceskosten, terwijl de vorderingen jegens [gedaagde 1] niet ontvankelijk worden verklaard.