Coöperatie ABZ U.A. werd door het college van burgemeester en wethouders van Hof van Twente een last onder dwangsom opgelegd wegens vermeende overschrijding van een maximale productie van 73.281 ton veevoer per kalenderjaar. ABZ betwistte dat deze productiegrens onderdeel uitmaakt van haar milieuvergunning.
De rechtbank oordeelt dat noch uit de milieuvergunning van 7 augustus 2007, noch uit de bijbehorende voorschriften, tekeningen of overige bijlagen kan worden afgeleid dat een maximale productiecapaciteit van 73.281 ton veevoer per jaar is aangevraagd of vergund. De vermelde productieaantallen in de aanvraag en toelichting betreffen benchmarkcijfers en geurberekeningen, niet een vergunninglimiet.
Daarom mocht het college de last onder dwangsom niet baseren op de overschrijding van deze productie. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en de beschikking tot invordering van de dwangsom, herroept de last onder dwangsom en veroordeelt het college tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan ABZ.
De uitspraak benadrukt het belang van een deugdelijke motivering en het strikt toetsen van de vergunningsteksten alvorens handhavend op te treden. Het college kan tegen deze uitspraak in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.