ECLI:NL:RBOVE:2025:6477
Rechtbank Overijssel
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking rechter wegens vermeende schijn van partijdigheid afgewezen
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen mr. R.P. van Eerde, rechter in een zaak over de opheffing van de curatele van hun zoon. Zij voerden aan dat de zitting op 30 juli 2025 op een bijzondere wijze verliep, waarbij zij zich onvoldoende aan het woord voelden en de rechter partijdig zou zijn geweest.
Tijdens de mondelinge behandeling lichtte verzoeker 1 toe dat zij zich overvallen voelden door de gang van zaken, zoals de korte zittingsduur, het niet volledig mogen spreken, en de nadruk van de rechter op het dossier en de curator. Verzoekers stelden dat de rechter alleen de huidige curator wilde laten aanblijven en hun eigen visie op de bescherming van hun zoon niet wilde erkennen.
De wrakingskamer oordeelde dat de indruk van partijdigheid objectief moet zijn en niet slechts gebaseerd mag zijn op het persoonlijke gevoel van verzoekers. Uit het proces-verbaal bleek dat verzoekers voldoende gelegenheid hadden gekregen om hun standpunten over de curatele te uiten. De bezwaren van verzoekers, zoals de korte zitting en de inhoudelijke focus van de rechter, waren onvoldoende om te concluderen dat er sprake was van vooringenomenheid.
Daarom verklaarde de wrakingskamer het verzoek tot wraking ongegrond. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. R.P. van Eerde is ongegrond verklaard wegens gebrek aan objectieve aanwijzingen voor partijdigheid.