ECLI:NL:RBOVE:2025:6554
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering WIA-uitkering door UWV
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 14 augustus 2025 waarin haar per 16 juni 2025 de WIA-uitkering werd geweigerd omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% zou zijn. Zij vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoekster geen inkomen en vermogen heeft en daarom een spoedeisend belang heeft bij de voorziening. Het verzoek om vrijstelling van griffierecht werd daarom toegewezen. Het medisch onderzoek door een verzekeringsarts concludeerde dat verzoekster een matige depressie en gegeneraliseerde angststoornis heeft, maar niet volledig arbeidsongeschikt is. De arbeidsdeskundige stelde vast dat verzoekster met beperkingen nog in staat is om werk te verrichten dat leidt tot minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.
De voorzieningenrechter vond geen aanleiding om aan het oordeel van de arts en arbeidsdeskundige te twijfelen en concludeerde dat het bezwaar waarschijnlijk niet zal slagen. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De voorzieningenrechter benadrukte dat verzoekster zich tot de gemeente Hardenberg moet wenden voor bijstand als vangnet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van de WIA-uitkering wordt afgewezen.