Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
[bedrijf 1] V.O.F.,
[bedrijf 4] B.V.,
1.De procedure
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 30 september 2025.
Rechtbank Overijssel
In deze zaak, die werd behandeld door de Rechtbank Overijssel, stond de vraag centraal of de juiste juridische entiteiten betrokken waren bij een contractuele overeenkomst. De eiser, [bedrijf 1] V.O.F., stelde dat er sprake was van een verschrijving in de betrokken partijen, terwijl de gedaagde, [bedrijf 4] B.V., betoogde dat de vorderingen van [bedrijf 1] niet ontvankelijk waren omdat de juiste partijen niet waren gedagvaard. De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van een kennelijke verschrijving en dat [bedrijf 1] niet in een rechtsverhouding stond tot [bedrijf 4] B.V. De rechtbank wees de vorderingen van [bedrijf 1] af en veroordeelde hen tot betaling van de proceskosten, die zijn vastgesteld op € 2.120,00. In reconventie werden de vorderingen van [bedrijf 4] eveneens afgewezen, maar de proceskosten werden gecompenseerd, zodat iedere partij de eigen kosten droeg. Het vonnis werd uitgesproken op 12 november 2025.