Uitspraak
1.[eiser 1],
[eiser 2],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord;
- de mondelinge behandeling van 15 oktober 2025.
2.De feiten
€ 106.794,60 inclusief btw bedraagt en dat deze aanneemsom in verschillende termijnen zal worden betaald. Verder is vastgelegd dat de verbouwing in oktober 2023 zou starten en uiterlijk in februari 2024 zou worden afgerond.
3.Het geschil
4.De beoordeling
18 juli 2024 de verbintenis tot nakoming van de aannemingsovereenkomst omgezet in een verbintenis tot vervangende schadevergoeding via een zogenoemde omzettingsverklaring. De kantonrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor deze omzetting zoals bepaald in artikel 6:87 BW is voldaan. [gedaagde] moet dan ook vervangende schadevergoeding aan [eisers] betalen. De hoogte van de vervangende schadevergoeding is door [eisers] gesteld op een bedrag van € 12.398,98 en de hoogte van dit bedrag is door [gedaagde] niet betwist, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid van dit bedrag en de vordering ter hoogte van dit bedrag zal toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente.