ECLI:NL:RBOVE:2025:6618
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening toegewezen tegen schorsing Wajong-uitkering door UWV
Verzoeker ontvangt sinds zijn achttiende verjaardag een Wajong-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid en werkt daarnaast als zelfstandig ondernemer. Het UWV heeft de uitkering per 1 september 2025 stopgezet omdat verzoeker niet tijdig de gevraagde financiële gegevens over 2022 tot en met 2024 aanleverde. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het UWV het besluit onvoldoende heeft gemotiveerd, met name doordat niet is vermeld op welke wettelijke grondslag het besluit is gebaseerd. Ook is geen hersteltermijn gesteld, terwijl dit volgens de beleidsregels verplicht is tenzij sprake is van onherstelbaar verzuim, wat hier niet het geval is. Daarnaast is onduidelijk waarom het UWV de gegevens over meerdere jaren vroeg en waarom dit plotseling in 2025 gebeurde.
Verzoeker heeft bovendien aannemelijk gemaakt dat hij door problemen met zijn vorige boekhouder niet in staat is de gevraagde stukken tijdig te leveren. De voorzieningenrechter concludeert dat verzoeker een spoedeisend belang heeft bij schorsing van het besluit, omdat hij anders niet over voldoende middelen beschikt om in zijn levensonderhoud te voorzien.
De voorlopige voorziening wordt toegewezen, waardoor de uitbetaling van de Wajong-uitkering wordt hervat tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is definitief en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het besluit van het UWV om de Wajong-uitkering te schorsen wordt geschorst en de uitkering wordt hervat tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar.