ECLI:NL:RBOVE:2025:6636

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
12 november 2025
Publicatiedatum
13 november 2025
Zaaknummer
11901060 \ CV EXPL 25-2958
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering schadevergoeding wegens onredelijke tussentijdse opzegging overeenkomst van opdracht

Sakro en HS sloten een schriftelijke overeenkomst van opdracht voor zes maanden, met bepalingen over tussentijdse opzegging. HS zegde de overeenkomst na ongeveer twee weken per direct op, met beroep op een contractuele bepaling die onmiddellijke beëindiging toestaat indien de derde partij de overeenkomst beëindigt.

Sakro vorderde betaling van een bedrag gelijk aan een maand opzegtermijn, stellende dat de opzegging onredelijk was en dat zij recht had op de contractueel afgesproken opzegtermijn. HS verweerde zich door te stellen dat de onmiddellijke beëindiging gerechtvaardigd was op grond van de contractuele uitzonderingsbepaling.

De kantonrechter oordeelde dat HS terecht een beroep deed op de specifieke bepaling die onmiddellijke beëindiging mogelijk maakt bij beëindiging door de derde partij. Sakro kon geen bijzondere omstandigheden aantonen die het beroep van HS onredelijk maakten. De vordering werd daarom afgewezen en Sakro werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering van Sakro tot schadevergoeding wegens onredelijke tussentijdse opzegging is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 11901060 \ CV EXPL 25-2958
Vonnis in kort geding van 12 november 2025
in de zaak van
SAKRO SERVICES B.V.,
te Groningen,
eisende partij,
hierna te noemen: Sakro,
vertegenwoordigd door [naam], middellijk bestuurder van Sakro,
tegen
HIGHER SKILLS B.V.,
te Zwolle,
gedaagde partij,
hierna te noemen: HS,
gemachtigde: mr. M.J.M. Michelsen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in kort geding van 7 oktober 2025, met bijlagen 1 t/m 4
- de conclusie van antwoord met producties 1 t/m 9
- de mondelinge behandeling van 29 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
1.2.
Daarna is de uitspraak bepaald op vandaag.

2.De zaak in het kort

Deze zaak gaat over een overeenkomst van opdracht. De overeenkomst is aangegaan voor een periode van 6 maanden, maar er zijn bepalingen opgenomen over de mogelijkheden tot tussentijdse opzegging van de overeenkomst. HS heeft de overeenkomst na ongeveer twee weken per direct opgezegd op basis van één van die bepalingen. Sakro stelt dat dit onredelijk is. Zij meent recht te hebben op een maand opzegtermijn en zij vordert in verband daarmee betaling van een geldbedrag. De kantonrechter wijst de vordering af en legt die beslissing verderop in dit vonnis nader uit.

3.De feiten

3.1.
Op 8 augustus 2025 hebben HS als opdrachtgever en Sakro als opdrachtnemer een schriftelijke overeenkomst van opdracht gesloten.
3.2.
In deze overeenkomst is onder andere bepaald dat Sakro zich verplicht om zelfstandig de werkzaamheden van teamleider logistiek te verrichten bij of ten behoeve van een derde, namelijk A-ware Ripening B.V. te Zeewolde (hierna te noemen: A-ware), en dat de opdracht aanvangt op
11 augustus 2025 en duurt tot 10 februari 2026.
3.3.
Over de vergoeding voor de werkzaamheden is in artikel 4 van Pro de overeenkomst bepaald:
De opdrachtgever betaalt de opdrachtnemer € 75 per uur exclusief BTW. Op deze overeenkomst is de verleggingsregeling met betrekking tot BTW niet van toepassing.
In de vergoeding zijn reis- en verblijfkosten, reistijd, eventuele materiaalkosten of overige onkosten inbegrepen, tenzij uitdrukkelijk anders bepaald.
De opdrachtgever is uitsluitend een vergoeding verschuldigd aan opdrachtnemer over de door opdrachtnemer gewerkte, correct verantwoorde en goedgekeurde uren door de derde. Over uren waarin geen werkzaamheden door de opdrachtnemer zijn verricht, ontvangt de opdrachtnemer geen vergoeding. (…)
De opdrachtnemer zal, per periode van maximaal vier weken, voor de verrichte werkzaamheden aan de opdrachtgever een factuur (doen) zenden. De factuur zal voldoen aan de wettelijke vereisten.
Uiterlijk 14 dagen na ontvangst van de factuur van de opdrachtnemer door de opdrachtgever, zal de opdrachtgever het gefactureerde bedrag aan de opdrachtnemer betalen.
(…)
(…)
3.4.
Over de opzegging van de overeenkomst is in artikel 6 van Pro de overeenkomst het volgende bepaald:
De tussen partijen gesloten overeenkomst kan door ieder der partijen per aangetekend schrijven dan wel per e-mail worden opgezegd met inachtneming van een termijn van één maand, zonder dat enige vorm van schadevergoeding uit welke hoofde dan ook is verschuldigd aan de andere partij. Het voorstaande laat onverlet dat de overeenkomst in overeenstemming tussen partijen kan eindigen op een nader te bepalen moment al dan niet met onmiddellijke ingang.
Naast de in de overeenkomst genoemde mogelijkheden hebben partijen het recht om de overeenkomst tussentijds met onmiddellijke ingang op te zeggen indien:i. sprake is van onvoorziene omstandigheden (…)(…)
(…)
De overeenkomst kan in ieder geval met onmiddellijke ingang tussentijds door opdrachtgever worden beëindigd zonder dat schadeplichtigheid ontstaat van opdrachtgever indien:i. (…)vii. de derde de overeenkomst met opdrachtgever – voor zover deze is gerelateerd aan de inzet van opdrachtnemer – heeft beëindigd, om welke reden dan ook.
(…)
3.5.
Op 26 augustus 2025 heeft Sakro aan HS een factuur gestuurd voor een bedrag van € 7.986,00 (inclusief BW) met betrekking tot 88 gewerkte uren in de periode 11 augustus 2025 tot en met 25 augustus 2025. Dit bedrag is door HS aan Sakro betaald.
3.6.
Op 26 augustus 2025 heeft de derde de inhuur van Sakro per direct beëindigd. Daarna heeft HS met een beroep op artikel 6 lid 4 onder Pro vii de overeenkomst met Sakro per direct beëindigd.
3.7.
Op 21 september 2025 heeft Sakro aan HS een factuur gestuurd, waarop 184 uren tegen een uurtarief van € 75,00 in rekening zijn gebracht. Het totaalbedrag van de factuur bedraagt € 16.698,00 inclusief BTW (€ 13.800,00 exclusief BTW). HS is niet tot betaling overgegaan.

4.Het geschil in kort geding

4.1.
Sakro vordert bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis in kort geding veroordeling van HS:
  • primair tot betaling van een bedrag van € 16.698,00 aan schadevergoeding wegens onregelmatige beëindiging van de overeenkomst, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW vanaf 26 augustus 2025 tot aan de dag van algehele voldoening, en,
  • subsidiair, indien de rechtbank de schadevergoeding hoger of lager acht, deze vast te stellen op een bedrag dat de rechtbank redelijk en billijk acht.
4.2.
HS heeft verweer gevoerd en concludeert tot afwijzing van de vordering.

5.De beoordeling

Het toetsingskader in kort geding
5.1.
Het betreft hier een vordering in kort geding. Voor de beoordeling daarvan is het volgende van belang. Er moet aan de kant van de eisende partij sprake zijn van een spoedeisend belang. Verder dient te worden beoordeeld of in voldoende mate waarschijnlijk is dat de vorderingen van de eisende partij in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben dat het – mede gelet op de belangen van partijen – gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van de (voorlopige) voorzieningen zoals gevorderd.
Het spoedeisend belang van Sakro
5.2.
Zoals toegelicht op de mondelinge behandeling, gaat de kantonrechter uit van een spoedeisend belang van Sakro bij deze vordering. Een toelichting op de spoedeisendheid was door Sakro al gegeven bij het formulier voor de aanvraag van het kort geding. De kantonrechter heeft Sakro toen toestemming gegeven om op verkorte termijn te dagvaarden.
Heeft Sakro recht op de gevorderde schadevergoeding? Nee
5.3.
Sakro heeft in de betekende dagvaarding betaling van schadevergoeding gevorderd. Op de mondelinge behandeling heeft Sakro, na vragen daarover van de kantonrechter, de vordering en de grondslag daarvan nader toegelicht. Sakro heeft toen uitgelegd dat het haar gaat om nakoming van de maand opzegtermijn uit artikel 6 lid 1 van Pro de overeenkomst. De kantonrechter overweegt over de vordering en de grondslag daarvan het volgende.
5.4.
Sakro heeft gesteld dat zij nakoming vordert van de overeenkomst, in het bijzonder van artikel 6 lid 1 uit Pro de overeenkomst, waarin is bepaald dat tussentijds kan worden opgezegd met een opzegtermijn van een maand zonder verdere schadevergoeding (zie hiervoor onder 3.4.). Door HS is daartegen aangevoerd dat Sakro met die stelling voorbij gaat aan hetgeen is overeengekomen in lid 4 onder vii van datzelfde artikel 6 van Pro de overeenkomst. Volgens HS is die bepaling van toepassing op de situatie die zich in dit geval heeft voorgedaan. De klant van HS (A-ware) heeft namelijk op 26 augustus 2025 te kennen gegeven aan HS en ook aan Sakro, dat zij per direct geen gebruik meer wilde maken van de inzet van Sakro. Dat deze situatie zich heeft voorgedaan is door Sakro niet betwist. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft HS daarom op goede grond een beroep kunnen doen op artikel 6 lid 4 onder Pro vii van de overeenkomst tussen HS en Sakro.
5.5.
Sakro heeft gesteld dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat HS zich op die bepaling beroept. Volgens Sagel (namens Sakro) heeft hij bij het aangaan van de overeenkomst alleen gekeken naar artikel 6 lid Pro 1 - waarin het gaat over een opzegtermijn van een maand, wat hij een redelijke bepaling vindt - en heeft hij lid 4 over het hoofd gezien. Hij vindt het onredelijk dat er in de overeenkomst kennelijk zo’n groot risico bij zijn bedrijf is neergelegd. Wat hier ook van zij, de kantonrechter kan Sakro hierin geen gelijk geven. Sakro en HS hebben immers als twee zakelijke partijen een overeenkomst gesloten. Van de contractspartijen mag worden verwacht dat zij zich bewust zijn van de afspraken die zij daarbij hebben gemaakt. Van bijzondere omstandigheden die dat in dit geval anders zouden maken, is in dit geval niets gesteld of gebleken. De conclusie is daarom dat HS zich met haar beroep op artikel 6 lid 4 gerechtvaardigd Pro aan de overeenkomst heeft gehouden. Dit betekent dat de vordering van Sakro niet toewijsbaar is en moet worden afgewezen.
De proceskosten
5.6.
Als in het ongelijk gestelde partij moet Sakro worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Deze kosten worden tot aan deze uitspraak aan de kant van HS begroot op € 543,00 voor salaris gemachtigde.

6.De beslissing in kort geding

De kantonrechter, rechtdoende in kort geding,
6.1.
wijst de vordering van Sakro af;
6.2.
veroordeelt Sakro in de kosten van deze procedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van HS begroot en vastgesteld op € 543,00;
6.3.
verklaart dit vonnis voor wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2025. (ap)