ECLI:NL:RBOVE:2025:6656
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM wegens overschrijding redelijke termijn en transactieovereenkomst in belastingfraudezaak
De rechtbank Overijssel behandelde op 17 november 2025 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van witwassen, valsheid in administratie en belastingfraude. Na een langdurige procedure, gestart met een openbare terechtzitting op 15 januari 2018, werd de zaak gekenmerkt door een aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn.
Verdachte had met de Belastingdienst een vaststellingsovereenkomst gesloten en een transactieovereenkomst met het Openbaar Ministerie, waarin voorwaarden waren gesteld zoals betaling van een geldsom en het verrichten van onbetaalde arbeid. De verdachte werkte mee aan deze afspraken en drong aan op uitvoering van de transactie.
De rechtbank stelde vast dat ondanks het feit dat de ten laste gelegde feiten strafbaar zijn, de combinatie van de overschrijding van de redelijke termijn, procedurele omissies na de aanvang van de terechtzitting en het vertrouwen gewekt door de transactieovereenkomst ertoe leiden dat het belang bij vervolging is komen te vervallen.
Daarom verklaarde de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte. Hiermee werd een einde gemaakt aan de strafprocedure zonder inhoudelijke beoordeling van schuld of strafbaarheid.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte wegens overschrijding van de redelijke termijn en het sluiten van een transactieovereenkomst.