Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
De rechtbank Overijssel behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van witwassen, valsheid in bedrijfs- en loonadministratie, en belastingfraude. Na meerdere zittingen en een wijziging van de tenlastelegging werd vastgesteld dat verdachte met de Belastingdienst een vaststellingsovereenkomst had gesloten en dat een transactieovereenkomst met het Openbaar Ministerie was aangegaan.
De rechtbank constateerde een aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn, met name tussen de aanvang van de procedure in januari 2018 en de zitting in november 2025. Daarnaast waren er procedurele omissies en werd vastgesteld dat verdachte de voorwaarden van de transactieovereenkomst was nagekomen, waardoor het fiscale nadeel ongedaan was gemaakt.
Gezien deze omstandigheden, het beginsel van redelijke en billijke belangenafweging en het vertrouwen dat door het OM was gewekt, oordeelde de rechtbank dat het strafvorderlijk belang bij voortzetting van de vervolging was komen te vervallen. Daarom werd het OM niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens overschrijding van de redelijke termijn en het sluiten van een transactieovereenkomst.