Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
- het procesverbaal van de terechtzitting van 23 januari 2025, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte;
- het procesverbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 29 februari 2024, pagina’s 7583;
- een geschrift, te weten een overzicht van betalingen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] aan verdachte, pagina’s 85-86;
- het procesverbaal van de terechtzitting van 23 januari 2025, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte;
- het procesverbaal van aangifte van [naam 1] van 29 februari 2024, pagina’s 29, 31;
- het procesverbaal van aangifte van [naam 2] van 29 februari 2024, met bijlage, pagina’s 160163;
- het procesverbaal van de terechtzitting van 23 januari 2025, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte;
- het procesverbaal van aangifte van [naam 1] van 29 februari 2024, pagina’s 3031;
- het procesverbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 29 februari 2024, pagina 77.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
oplichting, meermalen gepleegd;
identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander gebruiken met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen, meermalen gepleegd;
valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De schade van benadeelden
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
oplichting, meermalen gepleegd;
identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander gebruiken met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen, meermalen gepleegd;
valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.
gevangenisstrafvoor de duur van
32 (tweeëndertig) maanden;
24 (vierentwintig) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaardendat verdachte:
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat de verdachte:
€ 32.031,19 (bestaande uit materiële schade);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 32.031,19, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 februari 2024 voor wat betreft een bedrag van € 31.966,00 en vanaf 29 december 2024 voor wat betreft een bedrag van
€ 65,19 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 195 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;