Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[derde belanghebbende]uit [woonplaats 2],
Rechtbank Overijssel
Het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland heeft een omgevingsvergunning verleend aan een derde belanghebbende voor het plaatsen van een pré-mantelzorgwoning op het perceel van haar zoon, voor de duur van tien jaar. Eiser, wonende op het naastgelegen perceel, maakte bezwaar tegen deze vergunning en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, waarmee de bouw zou moeten worden gestaakt.
De voorzieningenrechter erkent dat de vergunning gebreken bevat, zoals een kennelijke verschrijving in de verwijzing naar het omgevingsplan en een motiveringsgebrek met betrekking tot het beleid voor pré-mantelzorgwoningen. Het college heeft echter aangegeven deze gebreken in bezwaar te zullen herstellen. Daarnaast is vastgesteld dat de pré-mantelzorgwoning volgens de vergunning moet worden gerealiseerd en gebruikt, en dat handhaving mogelijk is bij afwijkingen.
De voorzieningenrechter weegt mee dat de woning pas in maart 2026 bewoond zal worden en dat de vergunning naar verwachting in februari 2026 wordt heroverwogen. De bezwaren van eiser, waaronder zorgen over privacy en de vrees voor een permanente woning, wegen onvoldoende zwaar om een voorlopige voorziening te rechtvaardigen. Daarom wordt het verzoek afgewezen zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning wordt afgewezen.