ECLI:NL:RBOVE:2025:6682

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
29 september 2025
Publicatiedatum
18 november 2025
Zaaknummer
NL:TZ:2501040:R-RK
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Insolventieverordening (EU 2015/848)Art. 288 lid 1 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating tot schuldsaneringsregeling met eerdere ingangsdatum vastgesteld

Verzoeker heeft bij de rechtbank Overijssel verzocht om toelating tot de schuldsaneringsregeling en tevens om een eerdere ingangsdatum van de regeling. De rechtbank heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de Insolventieverordening en de Faillissementswet.

De rechtbank constateert dat verzoeker voldoet aan de wettelijke voorwaarden en dat er geen gronden voor afwijzing zijn. Vanwege het feit dat al sinds 2021 beslag ligt op het inkomen van verzoeker en diens echtgenote, en zij ondanks deze beslaglegging nog een bedrag van €6.000,- hebben weten te sparen, acht de rechtbank het redelijk om de ingangsdatum van de regeling op 29 september 2024 te stellen.

De rechtbank stelt de termijn van de schuldsaneringsregeling vast op achttien maanden vanaf deze datum, benoemt een rechter-commissaris en een bewindvoerder, en bepaalt dat de bewindvoerder bevoegd is om de post van verzoeker in te zien en een voorschot op vergoeding te ontvangen. Tevens komen alle gelegde beslagen te vervallen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open.

Uitkomst: Verzoeker wordt toegelaten tot de schuldsaneringsregeling met ingang van 29 september 2024 voor een termijn van achttien maanden.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Team Insolventie
Zittingsplaats Almelo
Rekestnummer: NL:TZ:2501040:R-RK
Vonnis van maandag 29 september 2025
op het verzoek van
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] 1951 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats];
verzoeker, hierna te noemen [verzoeker],
tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Samenvatting
[verzoeker] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en heeft daarbij om een eerdere ingangsdatum verzocht.
De rechtbank wijst de verzoeken toe.

1.De procedure

1.1.
De procedure bestaat uit:
- het schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen;
- de zitting van maandag 22 september 2025, waarbij aanwezig waren:
- [verzoeker];
- [naam 1] ([naam 1]), echtgenote van [verzoeker];
- [naam 2] (h.o.d.n. [bedrijf]), beschermingsbewindvoerder;
- [naam 3], schuldhulpverlener.
1.2.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.Het verzoek

2.1.
[verzoeker] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling waarbij hij ook verzoekt om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering op een eerdere datum te bepalen. Volgens [verzoeker] heeft hij een schuldenlast die hij niet zelf kan aflossen.

3.De beoordeling

3.1.
Het is een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)).
3.2.
De rechtbank wijst het verzoek toe. Het verzoek voldoet aan de daaraan gestelde eisen. [verzoeker] heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 288 lid 1 van Pro de Faillissementswet. Van een grond voor afwijzing van het verzoek is niet gebleken.
3.3.
[verzoeker] verzoekt de ingangsdatum van de looptijd van de schuldsaneringsregeling te bepalen op 29 september 2024. De rechtbank wijst het verzoek toe omdat er reeds sinds 2021 beslag ligt op het inkomen van [verzoeker] en [verzoeker] en [naam 1] (terwijl er ook op het inkomen van [naam 1] reeds vele jaren beslag ligt) desondanks nog € 6.000,-- voor de schuldeisers hebben weten te sparen uit hun vrij te laten bedrag.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedatum] 1951 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats];
4.2.
stelt de termijn van deze regeling vast op de achttien maanden, te rekenen vanaf 29 september 2024 [1] ;
4.3.
benoemt tot rechter-commissaris mr. K.J. Haarhuis;
4.4.
benoemt tot bewindvoerder [bewindvoerder], [adres];
4.5.
geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoeker] in te zien totdat de regeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden;
4.6.
bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is;
4.7.
stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen.
Gewezen te Almelo door mr. E. Venekatte, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 september 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.