Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.De procedure
- het schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen;
- de zitting van maandag 29 september 2025, waarbij aanwezig waren:
Rechtbank Overijssel
Verzoeker heeft bij de rechtbank Overijssel verzocht om toegelaten te worden tot de schuldsaneringsregeling en tevens om de ingangsdatum van deze regeling op een eerdere datum te bepalen. De rechtbank heeft de procedure behandeld op de zitting van 29 september 2025, waarbij ook de beschermingsbewindvoerder aanwezig was.
De rechtbank beoordeelde het verzoek als een hoofdinsolventieprocedure conform artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848). Verzoeker voldeed aan de vereisten van artikel 288 lid 1 van Pro de Faillissementswet en er waren geen gronden voor afwijzing. De rechtbank stelde vast dat verzoeker sinds 22 januari 2025 spaarde voor schuldeisers, maar inmiddels geen spaarcapaciteit meer heeft vanwege een PW-uitkering en vrijstelling van inspanningsplicht wegens psychische problematiek.
Op grond van deze feiten wees de rechtbank het verzoek toe en bepaalde de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling op 22 januari 2025. De regeling wordt vastgesteld op achttien maanden. Tevens werden een rechter-commissaris en bewindvoerder benoemd, met specifieke opdrachten en bevoegdheden, waaronder het inzien van de post en het opnemen van een voorschot op vergoeding. Alle gelegde beslagen komen te vervallen met deze uitspraak.
Uitkomst: Verzoeker wordt toegelaten tot de schuldsaneringsregeling met ingang van 22 januari 2025 voor een termijn van achttien maanden.