ECLI:NL:RBOVE:2025:6725

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
18 november 2025
Publicatiedatum
19 november 2025
Zaaknummer
11511559 \ CV EXPL 25-153
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:750 BWArt. 7:761 lid 1 BWArt. 3:317 BWArt. 6:74 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot schadevergoeding wegens ondeugdelijke PVC vloer en niet-nakoming herstelverplichting

Eisers sloten een aannemingsovereenkomst met gedaagde voor het leggen van een PVC vloer bij een derde partij. Na oplevering bleek de vloer ondeugdelijk doordat planken aan de kopse kant omhoog stonden. Gedaagde heeft geprobeerd te herstellen maar zonder het gewenste resultaat. Eisers stelden gedaagde in gebreke en gaven een redelijke termijn tot kosteloos herstel, waarop gedaagde niet is overgegaan. Eisers lieten de vloer vervangen door derden en vorderen nu € 8.022,61 aan schadevergoeding, vermeerderd met wettelijke handelsrente en proceskosten.

Gedaagde betwist tekort te zijn geschoten en de hoogte van de schade. De kantonrechter stelt vast dat sprake is van een overeenkomst tot aanneming van werk en dat de vloer ondeugdelijk is. Er bestaat onenigheid over de oorzaak van de gebreken, met name over het gebruik van de juiste lijm, het aanwalsen van de vloer en de naleving van het opstookprotocol voor vloerverwarming.

De kantonrechter benoemt een onafhankelijke deskundige om de technische vragen te beantwoorden, waaronder de geschiktheid van de gebruikte lijm, het aanwalsen, de naleving van het opstookprotocol, en de noodzaak en omvang van de schade. Partijen krijgen gelegenheid zich over de deskundige en zijn vragen uit te laten. De zaak wordt aangehouden tot na het deskundigenonderzoek.

Uitkomst: De beslissing wordt aangehouden voor deskundigenonderzoek naar de gebreken en schade.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: 11511559 \ CV EXPL 25-153
Vonnis van 18 november 2025
in de zaak van

1.de vennootschap onder firma [eiser 1] V.O.F.,

gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,
2.
[eiser 2],
wonende te [woonplaats 1] ,
3.
[eiser 3],
wonende te [woonplaats 2] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers] ,
gemachtigde: mr. L.M. Winkelhorst,
tegen
[gedaagde],
handelend onder de naam [bedrijf] ,
wonende en kantoor houdende te [woonplaats 3] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. E. Nijhoff.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 20 januari 2025
- de conclusie van antwoord
- de akte uitlating van [eisers]
- de mondelinge behandeling van 17 juni 2025. De griffier heeft van deze zitting aantekeningen gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eisers] hebben met [gedaagde] een overeenkomst gesloten voor het leggen van een mFLOR PVC vloer bij de familie [naam 1] (hierna: [naam 1] ) aan [adres] voor een bedrag van € 2.398,22. [eisers] hebben dit bedrag op 1 november 2021 aan [gedaagde] voldaan.
2.2.
Na afronding van de werkzaamheden door [gedaagde] constateert [naam 1] dat veel planken aan de kopse kant omhoog gaan staan en dat de vloer niet vlak is.
[gedaagde] is daarna bij [naam 1] geweest om dit gebrek te herstellen. Op 2 maart 2022 heeft hij de vloer waar mogelijk vlakker gemaakt.
2.3.
Bij mailbericht van 19 april 2022 schrijft [gedaagde] voor zover van belang aan [eisers] :
Laatst ben ik bij fam [naam 1] in [plaats] geweest om de bulten uit de vloer te halen. Dit is ook gelukt. Maar meneer [naam 1] is niet eens met het resultaat. (…)
Tevens is er nadat u de vloerverwarming is dicht gestreken geen opstook protocol plaatsgevonden. Waar ik het niet mee eens ben en altijd van toepassing hoort te zijn.
Nadat de vloer is geïnstalleerd en de vloerverwarming in gebruik werd genomen is er ook geen sprake geweest van de 5 graden opstook stappen. Want toen ik bij de familie [naam 1] langs kwam om iets aan te passen (een paar dagen later) was de vloerverwarming als opgeschroefd naar 35 graden.
2.4.
De gemachtigde van [eisers] stelt [gedaagde] bij mail van 10 mei 2022 in gebreke en verzoekt hem om binnen drie weken over te gaan tot kosteloos herstel. [gedaagde] reageert hierop niet en evenmin op de herinneringsmail van de gemachtigde van [eisers] van 25 mei 2022.
2.5.
Bij proces-verbaal van 7 juli 2022 constateert toegevoegd gerechtsdeurwaarder [naam 2] van ACCS Gerechtsdeurwaarders te Eindhoven dat de uiteinden van de stroken van de vloer (de kopse kanten) die in stroken van 1,50 meter lang in de lengterichting liggen, in de keuken en de woonkamer nagenoeg allemaal iets omhoog staan. Daarvan heeft zij een zestal foto’s aan haar proces-verbaal gehecht.
2.6.
Op 19 juli 2022 schrijft de gemachtigde van [eisers] aan [gedaagde] :
In bovengenoemde zaak hebben wij u op 10 mei 2022 in gebreke gesteld (…). Wij hebben u de mogelijkheid geboden om tot herstel over te gaan van de gebreken en u bent gewezen op de consequenties. Helaas hebben wij niets van u vernomen. (…)
Wij bieden u de laatste mogelijkheid om zelf tot herstel over te gaan. U dient hiervoor uiterlijk vrijdag 22 juli 2022 contact op te nemen met ondergetekende.
Geeft u aan dit verzoek wederom geen gehoor dan zal cliënte geen aanspraak meer maken op nakoming, maar op een vervangende schadevergoeding.
2.7.
In een ondertekende verklaring van 5 november 2022 zijn tussen [eiser 2] en [naam 1] afspraken gemaakt. Hierin is opgenomen dat herstel niet het gewenste resultaat heeft opgeleverd en er een geheel nieuwe pvc vloer in de beneden verdieping komt (woonkamer, keuken, hal en wc) waarvoor [eisers] de kosten betalen.
2.8.
De gemachtigde van [eisers] schrijft in de mail van 6 januari 2023 aan [gedaagde] :
In bovengenoemde zaak ben u na ingebrekestelling niet overgegaan tot herstel van de vloer van de familie [naam 1] . Hierdoor heeft, zoals in onderstaande e-mail vermeld, [eiser 2] het recht om deze herstelwerkzaamheden te laten verrichten door een derde en de kosten hiervan op u te verhalen. Inmiddels zijn de herstelwerkzaamheden gestart. (…)
Zodra de werkzaamheden zijn uitgevoerd en de kosten hiervan bekend zijn, zal [eiser 2] deze op u verhalen.
2.9.
Op 4 november 2024 bericht de gemachtigde van [eisers] aan [gedaagde] :
In bovengenoemde zaak bent u na ingebrekestelling van 10 mei 2022 niet overgegaan tot herstel van de vloer van de familie [naam 1] . Hierdoor had, zoals reeds aan u aangegeven, [eiser 2] het recht om deze herstelwerkzaamheden te laten verrichten door een derde en de kosten hiervan op te verhalen. De herstelwerkzaamheden zijn inmiddels afgerond en de kosten hiervan zijn bekend.
Wij verzoeken en voor zover nodig sommeren u derhalve om het totaalbedrag binnen 8 dagen na vandaag te betalen. (…)
Het door u verschuldigde bedrag bedraagt per vandaag: € 7.045,83.
De volgende kosten zijn ontstaan door de herstelwerkzaamheden:
  • Het proces-verbaal van constatering € 121,00
  • Kosten van [naam 5] € 1.838,46
  • Kosten [bedrijf 3] € 476,89
  • Kosten [bedrijf 1] € 163,35
  • Kosten [naam 6] € 3.277,89
  • Afvoerkosten en werkvoorbereiding van [eiser 1] € 1.168,24.
(…)Indien het totaalbedrag niet door ons wordt ontvangen bent u in verzuim en zijn wij genoodzaakt het incassotraject op te starten en brengen wij u buitengerechtelijke incassokosten in rekening. (…) Daarnaast wordt aanspraak gemaakt op de contractuele of wettelijke (handels)rente (…).
2.10.
Op 22 november 2024 is nog een aanmaning verstuurd, waarna betaling door [gedaagde] uitgebleven is.
2.11.
In de Professionele installatiegids van mFLOR verlijmde designvloeren (versie 3) staat voor zover van belang:
Vloerverwarming
mFLOR is uitermate geschikt voor vloerverwarming of -verkoeling op waterbasis. Zorg er echter voor dat de oppervlakte van de dekvloer niet warmer is dan 28º C.
Voor nieuwe vloerverwarming zijn er algemene opstartvoorschriften of een zgn “opstart- en afkoelprotocol”. Controleer bij uw opdrachtgever of het opstart- en afkoelprotocol is uitgevoerd.
OPMERKING
PVC vloeren kunnen uitzetten en krimpen onder invloed van temperatuur of klimatologische omstandigheden. Wanneer het PVC niet juist is geacclimatiseerd of wanneer er temperatuurschommelingen zijn groter dan 10º C per 12 uur kunnen er kiertjes en/of toppende naden ontstaan in de PVC vloer welke onherstelbare schade kunnen veroorzaken. Dit is te voorkomen door een juiste opvolging van de installatie-instructie.
Type lijm bij grote afmeting
Bij verwerking van stroken langer dan 140 cm en tegels groter dan 65x65 cm dienen de stroken en tegels altijd met een natte verlijming geïnstalleerd te worden, zoals de Uzin-KE-66, 646 Eurostar Premium of vergelijkbaar.
Aanwalsen na het verlijmen
Wals de geïnstalleerde vloer direct aan met een minimaal 50 kg wals, zodat er een optimale lijmoverdracht en hechting ontstaat.
2.12.
Bij mailbericht van 7 februari 2025 bericht [naam 3] , technisch commercieel adviseur bij Uzin Utz Nederland bv te Haaksbergen (hierna te noemen: Uzin), aan [gedaagde] :
Toppende naden kunnen door diverse oorzaken ontstaan. Dat is vaak het versneld opwarmen van de pvc een mogelijke oorzaak van zoals een krimpnaad vaak komt door het tegenovergestelde. Zeker in de beginfase. Als het in het begin ontstaat is het goed mogelijk dat er door het niet juist volgen van het acclimatiseren of opwarmen van de vloer dat wat ontstaat zoals hier op de foto.
Dit komt ook niet door jouw legwerk, dit komt ook niet door de lijm. De lijm is elastisch en zal de pvc strook “volgen” bij het uitzetten of krimpen. (…)

3.Wat willen partijen?

Wat wilen [eisers]
3.1.
[eisers] vorderen dat [gedaagde] wordt veroordeeld om € 8.022,61 aan hen te betalen, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over € 7.045,83 en de proceskosten.
[eisers] hebben een overeenkomst met [gedaagde] voor het leggen van een PVC vloer bij [naam 1] . [gedaagde] heeft zijn werkzaamheden niet naar behoren uitgevoerd en daardoor is schade ontstaan. [eisers] hebben [gedaagde] in gebreke gesteld en een redelijke termijn gegeven om de overeenkomst na te komen en over te gaan tot kosteloos herstel. [gedaagde] is hiertoe niet overgegaan. [eisers] hebben de vloer laten vervangen door derden en zij stellen dat zij nu recht hebben op € 8.022,61 (bestaande uit € 7.045,83 aan vervangende schadevergoeding, € 727,29 aan incassokosten en € 149,49 aan rente tot aan de dag van de dagvaarding) van [gedaagde] .
Wat vindt [gedaagde] daarvan?
3.2.
[gedaagde] is van mening dat hij niet toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen en daarom niet in verzuim is komen te verkeren. Hij is daarom niet gehouden om de gevorderde schadevergoeding te voldoen. Daarnaast betwist hij de hoogte van de schade.

4.De beoordeling

4.1.
[eisers] hebben opdracht gegeven aan [gedaagde] voor het leggen van een PVC vloer bij [naam 1] . [eisers] hebben de PVC stroken voor de vloer geleverd. Tussen partijen is daarmee een overeenkomst tot aanneming van werk als bedoeld in artikel 7:750 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) tot stand gekomen.
verjaring
4.2.
Als meest verstrekkende verweer heeft [gedaagde] aangevoerd dat de vordering van [eisers] op grond van het bepaalde in artikel 7:761 lid 1 BW Pro is verjaard. Dat verweer slaagt niet. Uit artikel 7:761 lid 1 BW Pro volgt dat een vordering wegens een gebrek in het opgeleverde werk verjaart door verloop van twee jaren nadat een opdrachtgever hierover heeft geklaagd. Niet in geschil is dat de verjaringstermijn is gaan lopen op 31 mei 2022 (drie weken na de ingebrekestelling van 10 mei 2022) en deze derhalve zou eindigen op 31 mei 2024. De verjaring van een vordering kan volgens artikel 3:317 BW Pro worden gestuit door middel van een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser ( [eisers] ) zich ondubbelzinnig het recht op nakoming voorbehoudt. Bij brieven van 6 januari 2023 en 4 november 2024 is aan deze eisen voldaan. Dat het daarin, zoals [gedaagde] heeft aangevoerd, niet meer om herstel gaat maar om een omzettingsverklaring doet daaraan niet af.
ondeugdelijkheid van de vloer
4.3.
[eisers] stellen dat [gedaagde] de werkzaamheden niet naar behoren heeft uitgevoerd, omdat sprake is van een gebrekkige vloer bij Leushuis. [gedaagde] heeft volgens hen voor het lijmen van de vloer niet de voorgeschreven natte lijm gebruikt maar een universele lijm. Daarnaast heeft [gedaagde] de vloer niet, zoals voorgeschreven, gewalst.
[gedaagde] stelt dat hij de juiste lijm heeft gebruikt en de vloer wel heeft gewalst. Volgens hem zijn de opstaande kanten van de planken veroorzaakt doordat het opstookprotocol niet voldoende is gevolgd. Hij betwist dat hij tekort geschoten is in de nakoming van zijn verplichtingen.
4.4.
Uit het proces-verbaal van 7 juli 2022 van toegevoegd gerechtsdeurwaarder [naam 2] volgt dat de uiteinden van de stroken van de vloer in de keuken en de woonkamer aan de kopse kanten nagenoeg allemaal iets omhoog staan. Daarmee staat vast dat sprake is van een ondeugdelijke vloer. Dit is tussen partijen ook niet in geschil, zij het dat [gedaagde] vindt dat de gebreken minimaal zijn. Partijen verschillen wel van mening wat de oorzaak is van de tekortkoming. Op grond van artikel 6:74 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) dient de vraag beantwoord te worden of er sprake is van een toerekenbare tekortkoming door [gedaagde] in de nakoming van de overeenkomst en in hoeverre [eisers] vanwege die tekortkoming schade hebben geleden. Hierna wordt daarop verder ingegaan.
de lijm
4.5.
[eisers] stellen allereerst dat de vloer gebrekkig is omdat [gedaagde] niet de voorgeschreven natte lijm heeft gebruikt volgens de installatiegids van mFLOR, maar een universele lijm. [gedaagde] betwist dat. Hij stelt dat hij Uzin-KE-2000 S gebruikt. Dat is volgens hem een natte lijm die speciaal voor PVC is en vergelijkbaar is met de UZIN-KE-66.
4.6.
Uit het hiervoor vermelde proces-verbaal van constatering van 7 juli 2022 volgt dat de gebruikte stroken 1,5 meter lang zijn. Volgens de Professionele installatiegids van mFLOR dient bij verwerking van stroken langer dan 140 cm met een natte verlijming geïnstalleerd te worden, zoals met Uzin-KE-66, 646 Eurostar Premium of vergelijkbaar. [gedaagde] heeft ter onderbouwing van zijn stelling dat hij de voorgeschreven lijm heeft gebruikt verwezen naar het mailbericht van [naam 3] van Uzin van 24 februari 2025. Daarin verklaart [naam 3] dat de gebreken aan de vloer niet door de lijm komen. [eisers] hebben daar tegenin gebracht dat [naam 3] de situatie heeft beoordeeld op basis van door [gedaagde] overgelegde foto’s waarop de lengte van de planken niet is te zien. Volgens hen is de lengte van de planken juist van invloed op de te gebruiken lijm. Nu [gedaagde] dit laatste heeft erkend, geeft het bericht van [naam 3] geen uitsluitsel over het gebruik van de juiste lijm. De kantonrechter kan nu niet beoordelen of [gedaagde] de juiste lijm heeft gebruikt. Hij ziet daarom aanleiding om een deskundige te benoemen om zich te laten informeren. Hierop wordt nader ingegaan vanaf 4.13 en verder.
het walsen
4.7.
[eisers] hebben tevens gesteld dat [gedaagde] de vloer niet, zoals voorgeschreven, heeft aangewalst. [naam 1] heeft [gedaagde] hierop volgens [eisers] al tijdens de werkzaamheden aangesproken. [gedaagde] heeft dat betwist. Hij voert aan dat hij wel gewalst heeft en dat [naam 1] dat mogelijk niet gezien heeft omdat het maar enkele minuten werk was.
4.8.
Volgens de Professionele installatiegids van mFLOR dient de geïnstalleerde vloer direct aangewalst te worden met een minimaal 50 kg wals zodat er een optimale lijmoverdracht en hechting ontstaat. Volgens [gedaagde] had een deskundige - als die er door [eisers] bij was gevraagd - aan de ‘riempjes/driehoekjes’ kunnen zien dat er gewalst is.
Nu partijen het op dit punt ook niet met elkaar eens zijn zal de kantonrechter zich hierover ook laten informeren door een deskundige, zoals hierna verder wordt overwogen onder 4.13 en verder.
naleving opstookprotocol vloerverwarming
4.9.
[gedaagde] stelt dat de gebreken aan de vloer zijn veroorzaakt door niet voldoende inachtneming van het opstookprotocol voor de vloerverwarming. Volgens [gedaagde] is op vrijdag 8 oktober 2021 de vloer geëgaliseerd. Op dat moment bleek dat de vloerverwarming niet goed was aangesmeerd en daarom is volgens hem besloten om op zaterdag 9 oktober voor de tweede keer te egaliseren. Op maandag 11 oktober is [gedaagde] begonnen met het leggen. In de week van 25 oktober heeft hij de laatste zaken aangepast, maar bij het betreden van de woning van [naam 1] merkte [gedaagde] , zoals hij aanvoert, dat de vloerverwarming al volledig warm was en dit in strijd is met het opstookprotocol. Volgens [gedaagde] hadden [eisers] als verkopende partij [naam 1] moeten wijzen op het opstookprotocol.
4.10.
[eisers] betwisten dat [naam 1] het opstookprotocol voor de vloerverwarming niet heeft opgevolgd. Zij voeren aan dat nadat [gedaagde] de vloer had geëgaliseerd en de pvc panelen had geplakt [naam 1] het opstookprotocol na een paar dagen voor de eerste keer met zeer kleine stapjes heeft uitgevoerd. Toen de vloer erin lag heeft [naam 1] vervolgens volgens [eisers] zeer zorgvuldig en precies volgens het opstookprotocol voor de tweede keer dit protocol gevolgd.
4.11.
Uit de Professionele installatiegids van mFLOR volgt dat er voor een nieuwe vloerverwarming algemene opstartvoorschriften zijn, het zogenaamde “opstart- en afkoelprotocol” en dat bij de opdrachtgever gecontroleerd dient te worden of dat protocol is uitgevoerd. Uit de door [naam 1] overgelegde verklaring bij akte van uitlating is af te leiden dat hij het opstookprotocol heeft uitgevoerd. Hij verklaart daarin dat [bedrijf 2] (die ook de centrale verwarming heeft geplaatst) begonnen is met het uitvoeren van het opstookprotocol. Volgens deze verklaring heeft [bedrijf 2] aan [naam 1] duidelijke instructies gegeven over wat hij moest doen als [bedrijf 2] er niet was en die heeft hij opgevolgd. De vraag is nu of het opstart- en afkoelprotocol waarin naar de installatiegids van mFLOR wordt verwezen al dan niet op juiste wijze is uitgevoerd en zo niet, of daardoor toppende naden zijn ontstaan. Deze vraag zal ook aan de deskundige worden voorgelegd.
Schade
4.12.
[gedaagde] betwist de hoogte van de door [eisers] gestelde schade. Volgens [gedaagde] is uit het proces-verbaal van de deurwaarder op te maken dat de gebreken minimaal waren. Het is daarom volgens hem niet in te zien waarom plaatselijke reparatie niet mogelijk geweest zou zijn, omdat PVC daarvoor bij uitstek geschikt is. Of dat mogelijk is kan de kantonrechter niet beoordelen. Aan de deskundige zal in dit verband worden gevraagd of had kunnen worden volstaan met plaatselijke reparatie en zo ja, wat daarvoor de kosten zouden zijn geweest. Ten aanzien van de door [eisers] opgevoerde schade vanwege de vloer heeft [gedaagde] aangevoerd dat de kosten van [eisers] niet onderbouwd en niet noodzakelijk waren. Ook de opgevoerde kosten van [bedrijf 1] die zien op het verwijderen van deuren waren volgens [gedaagde] niet noodzakelijk. Aan de deskundige zal tevens worden gevraagd (zie 4.14) of en in hoeverre deze kosten noodzakelijk waren.
benoeming deskundige
4.13.
Zoals hiervoor overwogen ziet de kantonrechter aanleiding om een deskundige te benoemen. Weliswaar is de vloer bij [naam 1] inmiddels vervangen, maar door [eisers] is tijden de mondelinge behandeling aangegeven dat de oude vloer nog bij hen ligt en voor onderzoek beschikbaar is. [gedaagde] heeft aangegeven dat de vloer niet meer in dezelfde conditie is als bij het verwijderen. Aan de deskundige zal worden overgelaten of en in hoeverre dit van invloed is op zijn bevindingen.
4.14.
Aan de deskundige zullen de volgende vragen zullen worden voorgelegd:
Is de door [gedaagde] gebruikte lijm, Uzin-KE-2000 S, een vergelijkbare lijm als Uzin-KE-66 of 646 Eurostar Premium, zoals beschreven in de Professionele installatiegids van mFLOR (r.o. 2.11) en kunnen de gebreken aan de vloer zijn ontstaan doordat [gedaagde] een verkeerde lijm heeft gebruikt?
Kunnen de gebreken aan de vloer zijn ontstaan doordat [gedaagde] de vloer niet heeft gewalst met een minimaal 50 kg wals zoals voorgeschreven in de Professionele installatiegids van mFLOR (r.o. 2.11)?
Is het opstookprotocol waarnaar in de installatiegids van mFLOR wordt verwezen juist opgevolgd en zo niet, kunnen de gebreken aan de vloer daardoor zijn ontstaan?
Indien van toepassing, in welke mate hebben de mogelijke oorzaken bijgedragen aan het ontstaan van de gebreken?
Had de vloer ook plaatselijk gerepareerd kunnen worden, en zo ja, wat zouden daarvoor de kosten zijn geweest?
Indien de vloer niet plaatselijk gerepareerd had kunnen worden in hoeverre waren dan de door [eisers] opgevoerde kosten van henzelf en bouwbedrijf De Ruiter noodzakelijk voor de vervanging van de vloer?
Heeft u verder nog opmerkingen die voor de beoordeling van de zaak van belang zouden kunnen zijn?
Partijen zullen in de gelegenheid worden gesteld om zich over deze vragen nader uit te laten. Zij mogen ook aanvullende vragen voorstellen.
4.15.
De kantonrechter is voorlopig van oordeel dat kan worden volstaan met de benoeming van één deskundige. De kantonrechter heeft de heer [naam 4] , werkzaam bij Floor Inspector, Torenmolen 11, 7587 RN De Lutte, bereid gevonden om in deze zaak als deskundige op te treden. De heer [naam 4] heeft verklaard vrij te staan van partijen en in staat en bereid te zijn een deskundigenbericht uit te brengen.
4.16.
De kantonrechter ziet in de omstandigheden van het geding aanleiding om het voorschot op de kosten van de deskundige gelijkelijk over partijen te verdelen. Partijen zullen daarom ieder de helft van dit voorschot moeten betalen. De deskundige heeft te kennen gegeven dat de kosten van het onderzoek door hem worden begroot op € 1.480,19 inclusief BTW. De offerte met dit bedrag wordt ter kennisgeving aan dit vonnis gehecht.
De kosten van de deskundige komen uiteindelijk voor rekening van de partij die wordt veroordeeld in de proceskosten.
4.17.
De kantonrechter zal de zaak verwijzen naar na te melden rolzitting zodat partijen zich bij akte kunnen uitlaten over de persoon van de deskundige, de aan deze voor te leggen vragen, eventuele aanvullende aan de deskundige voor te leggen vragen en de omvang van het te storten voorschot.
4.18.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
16 december 2025voor het nemen van een akte door beide partijen om zich uit te laten over de persoon van de deskundige, de aan deze voor te leggen vragen als vermeld in 4.14, eventuele aanvullende aan de deskundige te stellen vragen en over de omvang van het te storten voorschot.
5.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. U. van Houten en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2025.