Veroordeelde heeft bij de rechtbank Overijssel verzocht om opheffing van de bijzondere voorwaarden, namelijk het contact- en locatieverbod met elektronische monitoring, die per 8 februari 2025 zouden ingaan. Deze voorwaarden waren opgelegd na een veroordeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 60 dagen, waarvan 42 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar.
Tijdens de zitting op 5 februari 2025 heeft de officier van justitie het verzoek afgewezen en tevens de tenuitvoerlegging gevorderd van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 42 dagen. De reclassering gaf aan dat toezicht op de bijzondere voorwaarden niet uitvoerbaar is vanwege de medewerking van veroordeelde, die heeft aangegeven zich niet aan de voorwaarden te zullen houden.
De rechtbank stelt vast dat veroordeelde in mei 2023 een nieuw strafbaar feit pleegde door het doorknippen van zijn enkelband en sindsdien gedetineerd is. Ondanks het verzoek van veroordeelde om het contact- en locatieverbod op te heffen, oordeelt de rechtbank dat dit verzoek niet kan worden toegewezen omdat dit zou betekenen dat veroordeelde wordt beloond voor het niet naleven van voorwaarden.
De reclassering wordt ontheven van het toezicht op de bijzondere voorwaarden, mede omdat de gevangenisstraf van 42 dagen zal worden uitgevoerd. Hierdoor vervallen de bijzondere voorwaarden waarvoor veroordeelde al had aangekondigd deze niet te zullen naleven.