Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.[gedaagde 1],
2.
[gedaagde 2],
3.
[gedaagde 3],
4.
[gedaagde 4],
1.Het geschil in het kort
[gedaagde 3] en [gedaagde 4] hebben inhoudelijk geen verweer gevoerd tegen de vorderingen van hun moeder. Hun proceskosten komen daarom voor hun eigen rekening.
2.De procedure
- de conclusie van antwoord van mr. Koers;
3.De feiten
De huurovereenkomst kan niet door [gedaagde 1] worden opgezegd (…)
Moeder is niet gehouden tot een periodieke betaling van de huurprijs, maar kan deze desgewenst ook schuldig blijven aan [gedaagde 1];
(…)
De huurprijs voor moeder bedraagt (…)(€ 250,00) per maand (…)”
4.Het geschil
Alles wijst erop dat de acties van [eiser] doelbewust waren en gericht op de overdracht van het landgoed binnen de familie. [eiser] had een opeethypotheek die flink opliep en niet lang meer was vol te houden, waardoor een plan moest worden bedacht om het landgoed binnen de familie te houden. De aankoop van het extra perceel in 2016 had al als doel om het landgoed uiteindelijk over te dragen binnen de familie.
5.De beoordeling
mstandigheden totstandkoming overeenkomst