ECLI:NL:RBOVE:2025:6791
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiser, een 34-jarige elektromonteur, werd sinds 1 september 2022 ziekgemeld vanwege rugklachten en ontving vanaf 1 maart 2024 een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 18 juni 2024 op grond van een eerstejaars beoordeling, omdat eiser volgens hen meer dan 65% van zijn loon kon verdienen met passend werk. Eiser voerde aan dat zijn beperkingen waren onderschat en dat hij volledig arbeidsongeschikt was, mede omdat hij niet gehoord was over informatie van zijn huisarts, fysiotherapeut en orthopeed.
De rechtbank oordeelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep zijn beperkingen adequaat had vastgesteld en gemotiveerd. De bedrijfsartsbeoordeling was gericht op re-integratie en hoefde niet te worden overgenomen bij de Ziektewetbeoordeling. De rechtbank concludeerde dat eiser in staat wordt geacht om functies als productiemedewerker te verrichten en dat de beëindiging van de uitkering terecht was.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, waarbij eiser geen recht had op terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt ongegrond verklaard en de uitkering is terecht beëindigd per 18 juni 2024.