Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsmotivering
- het proces-verbaal van de terechtzitting van 10 november 2025, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte en
- het proces-verbaal van bevindingen van 12 juni 2025 (pagina’s 68 en 69).
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De schade van benadeelde
8.De vordering tenuitvoerlegging
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;
gevangenisstrafvoor de duur van
180 (honderdtachtig) dagen;
120 (honderdtwintig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaardendat verdachte:
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat verdachte:
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
180 (honderdtachtig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
90 (negentig) dagen;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 4.461,00, (zegge: vierduizend vierhonderdeenenzestig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 juni 2025 over een bedrag van € 4.000,00 respectievelijk vanaf 24 november 2025 over een bedrag van € 461,00 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 54 dagen kan worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
tenuitvoerleggingvan de bij vonnis van de politierechter van de rechtbank Overijssel van 20 december 2024 voorwaardelijk opgelegde
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) wekenen zet deze om in
een taakstrafbestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
60 (zestig) uren,bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door
2 (twee) weken hechtenis.